AI-samenvatting
Belastingplichtige heeft certificaten in een STAK, die hem 1/6 aandeel geven. Deze certificaten zijn door schenkingen van een verwant verkregen tussen 2006 en 2010. De STAK houdt zeggenschap over het vermogen, dat uit beleggingen en liquide middelen bestaat. De certificaten zijn beperkt overdraagbaar, voornamelijk binnen de familie. De waardering van de certificaten in box 3 moet plaatsvinden op basis van de waarde in het economische verkeer, zonder dat de beperkte royeerbaarheid en overdraagbaarheid een significante invloed hebben op de waarde. Familiaire relaties verminderen de kans op een waardedrukkend effect. De uitspraak van Gerechtshof Amsterdam over waardedrukkende effecten is niet van toepassing, omdat de situatie niet voldoet aan de voorwaarden voor beursgenoteerde aandelen en goederenrechtelijke vervreemdingsverboden. Waardedrukkende effecten dienen in specifieke gevallen door business-valuators te worden beoordeeld.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
Belastingplichtige heeft certificaten in een STAK, die hem 1/6 aandeel geven. Deze certificaten zijn door schenkingen van een verwant verkregen tussen 2006 en 2010. De STAK houdt zeggenschap over het vermogen, dat uit beleggingen en liquide middelen bestaat. De certificaten zijn beperkt overdraagbaar, voornamelijk binnen de familie. De waardering van de certificaten in box 3 moet plaatsvinden op basis van de waarde in het economische verkeer, zonder dat de beperkte royeerbaarheid en overdraagbaarheid een significante invloed hebben op de waarde. Familiaire relaties verminderen de kans op een waardedrukkend effect. De uitspraak van Gerechtshof Amsterdam over waardedrukkende effecten is niet van toepassing, omdat de situatie niet voldoet aan de voorwaarden voor beursgenoteerde aandelen en goederenrechtelijke vervreemdingsverboden. Waardedrukkende effecten dienen in specifieke gevallen door business-valuators te worden beoordeeld.
**Belastingdienst**
**Kennisgroep Inkomstenbelasting**
**Datum:** 10 december 2021
**Referentienummer:** KG 21-202-0016
### Casus
Belastingplichtige heeft certificaten in een Stichting Administratiekantoor (hierna: STAK) en heeft met zijn certificaten 1/6 aandeel in de STAK. De certificaten zijn door middel van schenkingen door de bestuurder (een verwant van belastingplichtige) in de jaren 2006 tot en met 2010 overgedragen aan belastingplichtige. Het bestuur van de STAK heeft de zeggenschap over het door de STAK gehouden vermogen. Alle voor- en nadelen van het door de STAK gehouden vermogen komen voor rekening van de certificaathouders. Het betreft een STAK volledig binnen familieverband. Het totale vermogen van de STAK bestaat in de jaren 2013 tot en met 2018 uit beleggingen (geen AB-aandelen) en liquide middelen. In de statuten van de STAK is bepaald dat de certificaten beperkt royeerbaar en overdraagbaar zijn. Uit de statuten van de STAK blijkt dat de certificaten in beginsel alleen kunnen worden vervreemd aan het administratiekantoor, bloed- en aanverwanten in de rechte linie en medecertificaathouders. Indien zij niet bereid zijn certificaten te kopen, kunnen de certificaten met toestemming van de medecertificaathouders aan derden worden verkocht.
### Vragen
1. Tegen welke waarde moeten de certificaten in box 3 als bezitting in aanmerking worden genomen?
2. Hebben de beperkte royeerbaarheid en overdraagbaarheid van de certificaten invloed op de waardebepaling van de certificaten?
3. Hebben de familiaire betrekkingen, alszijnde een samenwerkende groep, invloed op de waardebepaling van de certificaten?
4. Indien er sprake is van een waardedrukkend effect, kan de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam 29 maart 2012, ECLI: NL: GHAMS: 2012: BW1517, als leidraad dienen voor de bepaling van het waardedrukkende effect?
### Antwoorden
1. De certificaten worden in box 3 als vorderingsrecht gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer.
2. Vermoedelijk niet. Een beperkte royeerbaarheid en overdraagbaarheid zullen niet snel tot een waardedrukkend effect van de certificaten leiden.
3. Ja, in die zin dat een waardedrukkend effect minder waarschijnlijk is.
4. Nee, voor toepassing van de staffel uit het onderschrift van de Staatssecretaris van Financiën op de uitspraak van Gerechtshof Amsterdam 23 maart 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW1517, is onder andere vereist dat sprake is van beursgenoteerde aandelen en een goederenrechtelijk vervreemdingsverbod.
### Beschouwing
**Kwalificatie van certificaten in box 3**
De door de STAK verstrekte certificaten verschaffen de houders ervan het recht op de waardemutaties en de vruchten van het gecertificeerde vermogen. De STAK is niet transparant en ook niet fiscaal transparant, als bedoeld in artikel 2.14a Wet IB 2001. De algemene opinie is dat de certificaten de houders ervan het recht op de waardemutaties verschaffen. Dit betreft echter de waardemutaties van het geheel van alle bezittingen en schulden van de STAK en niet (uitsluitend) de waardemutaties van (bijvoorbeeld) aandelen die door de STAK worden gehouden. Het recht op de waardemutaties van (een deel van) de bezittingen en schulden van de STAK kan niet worden gezien als een recht dat direct of indirect betrekking heeft op door de STAK gehouden bezittingen en schulden. Zie KG 270-202-0013. De certificaten — als vorderingsrechten — worden in box 3 als bezitting in aanmerking genomen.
**Ad 1 | Waardering van de certificaten tegen waarde in het economische verkeer**
Voor vermogensechten, in casu de certificaten, bestaat geen specifieke waarderingsregel. Op grond van artikel 5.19, eerste lid, Wet IB 2001 dienen de certificaten daarom te worden aangegeven tegen de waarde in het economische verkeer. De Hoge Raad heeft de waarde in het economische verkeer als volgt gedefinieerd: “dat, ingeval het gaat om de waardering van zaken waarin geregeld handel wordt gedreven, als de waarde welke daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend in het algemeen dient te worden aangenomen de verkoopprijs.” De waarde van een certificaat zal in beginsel gelijk zijn aan het saldo van de bezittingen en schulden van de STAK, gedeeld door het aantal certificaten.
**Ad 2 & 3 | Waardedrukkend effect voor de waardering van de certificaten?**
Beperkende voorwaarden met betrekking tot de vervreemding van de certificaten kunnen in theorie een waardedrukkende factor zijn, maar zullen niet snel van toepassing zijn. Rechtbank Noord-Holland 15 april 2020, ECLI:NL:RENHO:2020:2508, heeft betreffende de waardering van certificaten diverse mogelijke waardedrukkende aspecten in ogenschouw genomen, maar het beroep dat belastingplichtige deed op een mogelijke waardevermindering als gevolg van het feit dat zijn certificaten moeilijk verkoopbaar waren, is niet besproken. Dit heeft in ieder geval niet geleid tot een waardevermindering.
**Ad 4 | Uitspraak Gerechtshof Amsterdam en onderschrift Staatssecretaris**
Gerechtshof Amsterdam 29 maart 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW1517, heeft betreffende de waardering voor de Wet op de loonbelasting 1964 bepaald dat een waardedrukkend effect uitgaat van goederenrechtelijke vervreemdingsverboden. De Staatssecretaris van Financiën heeft in een onderschrift op deze uitspraak een staffel vastgesteld waarmee kan worden berekend wat het waardedrukkende effect is voor de heffing van belasting. In casu is hiervan geen sprake, waardoor de uitspraak en het onderschrift toepassing missen.
### Tot slot
Of en in hoeverre een waardedrukkend effect uitgaat van de certificering dient in voorkomende gevallen te worden beoordeeld door business-valuators, al dan niet via een VTA.
Geef een reactie