1694000

AI-samenvatting

Belastingplichtige heeft in zijn aangifte 2020 een aanzienlijk bedrag aan aftrekbare giften opgegeven, wat niet alleen zijn inkomen uit werk en woning, maar ook zijn voordeel uit sparen en beleggen beïnvloedt. Er ontstond onduidelijkheid over de toepassing van artikel 2.10 en 2.10a, tweede lid, Wet IB 2001, omdat de Belastingdienst Online Aangifte deze artikelen niet correct verwerkte. De verhoging van de belasting moet alleen worden berekend over het inkomen uit werk en woning. De onjuistheid in de aangifte is in maart of april 2021 gecorrigeerd, en de voorlopige aanslag die belastingplichtige heeft ontvangen, toont nu de juiste berekening aan.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

Belastingplichtige heeft in zijn aangifte 2020 een aanzienlijk bedrag aan aftrekbare giften opgegeven, wat niet alleen zijn inkomen uit werk en woning, maar ook zijn voordeel uit sparen en beleggen beïnvloedt. Er ontstond onduidelijkheid over de toepassing van artikel 2.10 en 2.10a, tweede lid, Wet IB 2001, omdat de Belastingdienst Online Aangifte deze artikelen niet correct verwerkte. De verhoging van de belasting moet alleen worden berekend over het inkomen uit werk en woning. De onjuistheid in de aangifte is in maart of april 2021 gecorrigeerd, en de voorlopige aanslag die belastingplichtige heeft ontvangen, toont nu de juiste berekening aan.

**Belastingdienst**
**Kennisgroep IB niet-winst**
**Algemeen**
**Contactpersoon**
**Toepassing 2.10 Wet IB 2001 indien giftenaftrek box 3 inkomen vermindert.**
**Datum:** 10 juni 2021
**Versienummer:** Definitief
**Aanleiding:** Referentienummer KG-21-202-0012

Belastingplichtige, geboren in 1943, heeft GBA WRaart 2021 belastingaangifte 2020 gedaan. Hij heeft een dusdanig bedrag aan aftrekbare giften dat deze niet alleen in mindering worden gebracht op zijn inkomen uit werk en woning maar ook op het voordeel uit sparen en beleggen. Uit de berekening in het aangifteprogramma van de Belastingdienst (Belastingdienst Online Aangifte) lijkt de conclusie te kunnen worden getrokken dat artikel 2.10 en/of 2.10a, tweede lid, Wet IB 2001 niet op de juiste manier wordt uitgevoerd. Uit de berekening kan namelijk worden opgemaakt dat de tariefsverhoging van genoemd artikel voor grondslagverminderende posten niet alleen wordt toegepast indien deze posten in mindering worden gebracht op het inkomen uit werk en woning maar ook indien deze posten in mindering worden gebracht op het voordeel uit sparen en beleggen.

Een lid van de kennisgroep heeft eind april/begin mei een simulatie uitgevoerd in het beschikbare programma. Hierin blijkt de berekening anders te worden uitgevoerd dan uit de uitdraai van belastingplichtige blijkt. Belastingplichtige heeft inmiddels een voorlopige aanslag IB 2020 ontvangen, waarin de mogelijke onjuistheid niet meer voorkomt.

**Vraagstelling**
1. Hoe moeten artikel 2.10 en 2.10a, tweede lid, Wet IB 2001 worden uitgelegd indien grondslagverminderende posten niet alleen in mindering worden gebracht op het inkomen uit werk en woning maar ook op het inkomen uit (aanmerkelijk belang en) sparen en beleggen?
2. Is artikel 2.10a (en 2.10), tweede lid, Wet IB 2001, op de juiste wijze verwerkt in de Belastingdienst Online Aangifte?
3. Is artikel 2.10a (en 2.10), tweede lid, Wet IB 2001, op de juiste wijze verwerkt in ABS?

**Antwoord**
1. De verhoging van de te betalen belasting moet alleen worden berekend over het deel van de grondslagverminderende posten dat in mindering wordt gebracht op het inkomen uit werk en woning.
2. Ten tijde van de aangifte door belastingplichtige was artikel 2.10a (en mogelijk 2.10), lid 2, Wet IB 2001 niet op de juiste wijze verwerkt in de Belastingdienst Online Aangifte.
3. Ja.

**Beschouwing**
Het tarief van de belasting over de verschillende onderdelen van het belastbaar inkomen is in vier artikelen vastgelegd. Het belastbaar inkomen uit werk en woning wordt belast conform artikel 2.10 en 2.10a Wet IB 2001, het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang wordt belast conform artikel 2.12 Wet IB 2001 en het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen conform artikel 2.13 Wet IB 2001.

In artikel 2.10 en 2.10a Wet IB 2001 is in het tweede lid sinds 2014 een vermeerdering van de te betalen belasting over het belastbaar inkomen uit werk en woning opgenomen. Tot 2020 gold deze vermeerdering alleen voor de aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning. Sinds 2020 wordt deze vermeerdering berekend over de in het derde lid opgenomen grondslagverminderende posten. De vermeerdering bedraagt 3,5% in 2020.

In de artikelen 2.12 en 2.13 Wet IB 2001 is een dergelijke verhoging niet opgenomen. Dit ligt in lijn met de achtergrond dat de tariefmaatregel een van de maatregelen is waarmee de voorgestelde verlagingen van de belasting op inkomen mogelijk wordt gemaakt.

De aftrek voor de eigen woning kan slechts in mindering worden gebracht op het inkomen uit werk en woning. Dit geldt eveneens voor de met ingang van 2020 toegevoegde grondslagverminderende posten met uitzondering van de persoonsgebonden aftrek, die ook in mindering kan worden gebracht op respectievelijk het voordeel uit sparen en beleggen en het inkomen uit aanmerkelijk belang.

In de Belastingdienst Online Aangifte 2020 is deze wetswijziging niet op de juiste wijze opgenomen in de berekening van de te betalen belasting. In maart of april 2021 is deze onjuistheid hersteld. Uit de voorlopige aanslag die belastingplichtige inmiddels heeft ontvangen, blijkt dat in de (voorlopige) aanslag de vermeerdering van de belasting op de juiste wijze wordt berekend.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *