AI-samenvatting
Een fiets kwalificeert als hulpmiddel voor specifieke zorgkosten volgens artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, wanneer deze hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt en de uitgaven zijn gedaan wegens ziekte of invaliditeit. Er zijn drie categorieën hulpmiddelen: de eerste categorie omvat fietsen die uitsluitend door zieke of invalide personen worden gebruikt; de tweede categorie betreft fietsen die hoofdzakelijk door deze groep worden gebruikt, maar ook door gezonde personen; de derde categorie omvat fietsen zonder bijzondere hoedanigheid, die niet als hulpmiddel kunnen worden aangemerkt. Voor de aftrekbaarheid van kosten geldt dat deze beperkt is tot jaarlijkse afschrijvingskosten, en bij vergoedingen vanuit de Wmo 2015 is er geen recht op aftrek.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
Een fiets kwalificeert als hulpmiddel voor specifieke zorgkosten volgens artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, wanneer deze hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt en de uitgaven zijn gedaan wegens ziekte of invaliditeit. Er zijn drie categorieën hulpmiddelen: de eerste categorie omvat fietsen die uitsluitend door zieke of invalide personen worden gebruikt; de tweede categorie betreft fietsen die hoofdzakelijk door deze groep worden gebruikt, maar ook door gezonde personen; de derde categorie omvat fietsen zonder bijzondere hoedanigheid, die niet als hulpmiddel kunnen worden aangemerkt. Voor de aftrekbaarheid van kosten geldt dat deze beperkt is tot jaarlijkse afschrijvingskosten, en bij vergoedingen vanuit de Wmo 2015 is er geen recht op aftrek.
**Belastingdienst**
**MEMO**
Wanneer is een (elektrische) fiets, eventueel met meer dan twee wielen, een hulpmiddel?
**Casus**
Er zijn diverse fietsen te koop met bepaalde kenmerken die daardoor extra geschikt zijn voor mensen met een ziekte of handicap. De fiets heeft bijvoorbeeld elektrische ondersteuning, een extra lage instap of meer dan twee wielen. Voorbeelden hiervan:
A: Deze fiets is speciaal gemaakt om mensen in hun eigen rolstoel per fiets te vervoeren. Er is geen transfer nodig tussen de rolstoel en de fiets. Zonder tilhulp of veel krachtinspanning wordt de belastingplichtige op het plateau van de fiets gereden. De kantelbare oprijplaat maakt het mogelijk de handbewogen rolstoel eenvoudig op de rolstoelfiets te rijden en met de rolstoelvergrendeling goed vast te zetten. De fiets kan op diverse manieren verder worden aangepast. De fiets is te koop via diverse zorgwinkels en er is een vergoeding mogelijk via de Wmo 2015.
B: Dit is een zitdriewielfiets voor volwassenen. Door het frame is er een lage instap en ligt het zwaartepunt lager, waardoor de fiets eenvoudig fietst. De fiets heeft een zitting met verstelbare rugsteun, stuitontlasting en opstaande randen aan de zijkant voor een beter zitcomfort en zijsteun. Dit zorgt voor een stabiel en veilig gevoel. Afstappen gaat eenvoudig doordat de fiets een wat hogere zitting heeft. De fiets is wendbaar, heeft een kleine draaicirkel en past door een normale deur. Er zijn vele verschillende instelmogelijkheden en extra opties om de fiets mee te personaliseren zoals een boodschappenmand, stokhouder of spiegel. De fiets is te koop via diverse zorgwinkels en er is een vergoeding mogelijk via de Wmo 2015.
C: Dit is een ligfiets voor toertochten met drie wielen en een hoge ligpositie. Dat geeft een goed overzicht in het verkeer en maakt het op- en afstappen makkelijk. De fiets kan opgevouwen worden. De fiets is door de ontwerpers geoptimaliseerd om ook mensen met een handicap een door mensen aangedreven voertuig te bieden. Met behulp van accessoires kan de fiets verder aangepast worden voor mensen met een handicap.
D: Dit is een elektrische stadsfiets met een extra lage instap en ondersteuning tot 20 km/h. De fiets is geschikt voor personen die graag makkelijk én veilig willen op- en afstappen.
**Vraag**
Wanneer kwalificeert een fiets als hulpmiddel in het kader van de uitgaven voor specifieke zorgkosten?
**Antwoord**
Een fiets kwalificeert als hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001), wanneer de belastingplichtige aannemelijk kan maken dat de fiets naar zijn aard hoofdzakelijk wordt gebruikt door zieke of invalide personen en de uitgaven hiervoor zijn gedaan wegens ziekte of invaliditeit. Daarnaast kunnen de kosten van aanpassingen van een fiets vanwege een ziekte of invaliditeit aftrekbaar zijn als kosten van een hulpmiddel.
**Beschouwing**
**Wettelijk kader**
Uitgaven voor specifieke zorgkosten zijn uitgaven die wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan voor in artikel 6.17, eerste lid, Wet IB 2001 opgenomen categorieën. Een van de categorieën zijn de (andere) hulpmiddelen. Sinds 2014 is er fiscaal slechts sprake van een hulpmiddel, indien het hulpmiddel hoofdzakelijk wordt gebruikt door zieke of invalide personen (artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001). De wetgever heeft de term ‘hoofdzakelijk’ meerdere malen omschreven als tenminste 70%.
Hierin kunnen zodoende drie vragen worden onderscheiden:
1. Is er sprake van ziekte of invaliditeit?
2. Is het hulpmiddel aangeschaft vanwege deze ziekte of invaliditeit?
3. Wordt het hulpmiddel hoofdzakelijk gebruikt door een zieke of invalide persoon?
Verder dienen de kosten van het hulpmiddel op de belastingplichtige te drukken. Voor zover een vergoeding vanuit de Wmo 2015 wordt ontvangen, is er geen sprake van drukkende kosten.
**Drie categorieën hoofdzakelijkheidscriterium**
In het memo over het hoofdzakelijkheidscriterium wordt een onderscheid gemaakt in drie categorieën hulpmiddelen:
1. Zaken die een bijzondere hoedanigheid bezitten waardoor deze uitsluitend door zieke of invalide personen worden gebruikt of gezonde personen deze niet willen gebruiken (eerste categorie). Fietsen in deze categorie voldoen aan het hoofdzakelijkheidsvereiste en kunnen wel worden aangemerkt als een hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001.
2. Zaken die een bijzondere hoedanigheid bezitten, welke ook door niet zieke of niet invalide personen kunnen worden gebruikt, maar feitelijk hoofdzakelijk door zieke of invalide personen worden gebruikt (tweede categorie). Fietsen in deze categorie kunnen worden aangemerkt als een hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001, wanneer belanghebbende aannemelijk maakt dat gebruik van deze hulpmiddelen door gezonde personen beperkt is (minder dan 30%).
3. Zaken die geen of nagenoeg geen bijzondere hoedanigheid bezitten waaruit blijkt dat ze bedoeld zijn voor gebruik door zieke of invalide personen (derde categorie). Fietsen in deze categorie kunnen niet worden aangemerkt als een hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001.
Hieronder zal per fiets uit de casusomschrijving worden aangegeven in welke van de bovengenoemde categorieën de fiets valt. Daarbij wordt opgemerkt dat wanneer een fiets kwalificeert als hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001, niet automatisch recht bestaat op aftrek. De betreffende fiets moet door de belastingplichtige zijn aangeschaft in verband met de ziekte of invaliditeit.
**Eerste categorie**
Een fiets die in de eerste categorie valt, zal voldoen aan het hoofdzakelijkheidscriterium omdat gebruik door gezonde personen onwaarschijnlijk is. Een voorbeeld van zo’n fiets is fiets A. Dit is een speciaal ontwikkelde fiets die geschikt is om mensen – die in hun eigen rolstoel blijven zitten – per fiets te vervoeren (de fiets wordt dus niet bestuurd door degene die in de rolstoel zit). De rolstoel wordt op een plateau van de fiets gereden. De fiets beschikt over een elektromotor. Gezien het model van de fiets is het niet aannemelijk dat een niet-rolstoelgebruiker dit model aanschaft en gebruikt. Deze fiets kwalificeert derhalve als hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001.
**Tweede categorie**
Een fiets valt in de tweede categorie als aan de volgende twee voorwaarden is voldaan:
1. de fiets bezit een bijzondere hoedanigheid, waaruit blijkt dat de fiets is bedoeld voor gebruik door zieke of invalide personen; en
2. deze wordt voor minimaal 70% door zieke of invalide personen gebruikt.
Voor met name de beoordeling van de tweede voorwaarde is de informatiepositie vrij beperkt. Uit het promotiemateriaal van de fabrikant/importeur kan vaak worden afgeleid of de fiets naar zijn aard specifiek is bedoeld voor gebruik door zieke of invalide personen. Of de fiets daadwerkelijk voor minimaal 70% wordt gebruikt door zieke of invalide personen is echter vaak moeilijker vast te stellen, maar kan soms ook worden afgeleid uit deze informatie van de fabrikant. Let er hierbij op dat veel ‘speciale’ fietsen zijn aangepast aan de gebreken die horen bij ouderdom. Hulpmiddelen die uitsluitend worden aangeschaft in het kader van ouderdom, voldoen niet aan de voorwaarden voor aftrek van specifieke zorgkosten.
Fiets B heeft bijzondere hoedanigheden ten opzichte van ‘gewone’ fietsen (o.a. lage instap, laag zwaartepunt, rugsteun). Deze fiets is onder andere bedoeld voor personen die problemen hebben met het evenwichtsorgaan en daarom niet op een gewone tweewieler kunnen fietsen. De fiets heeft daarmee een bijzondere hoedanigheid waaruit blijkt dat deze is bedoeld voor gebruik door zieke of invalide personen, waardoor aan de eerste voorwaarde wordt voldaan. De tweede voorwaarde is dat deze fiets ook daadwerkelijk hoofdzakelijk door zieke of invalide personen wordt gebruikt. Er zijn geen cijfers beschikbaar waaruit blijkt dat deze fiets minimaal voor 70% door zieke of invalide personen wordt gebruikt. De fiets lijkt echter hoofdzakelijk te zijn bedoeld voor deze doelgroep. De fiets is aan te schaffen via hulpmiddelencentrums. Uit helpdeskvraag 17-202-0017 blijkt dat een tegemoetkoming als bedoeld in de Wmo 2015 in de vorm van een maatwerkoplossing mogelijk is voor aanschaf van de fiets. Gezien voorgaande kan ervan uit worden gegaan dat de fiets voldoet aan het hoofdzakelijkheidscriterium en derhalve kwalificeert als hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001.
Let op! De fiets voldoet weliswaar aan het hoofdzakelijkheidscriterium, maar de uitgaven voor de fiets komen alleen in aftrek als specifieke zorgkosten indien er een causaal verband bestaat tussen de ziekte en de aanschaf van de fiets.
Fiets C bezit ook bijzondere hoedanigheden – zoals de hogere ligpositie – en is door de fabrikant geoptimaliseerd voor mensen met een handicap. Ook voor deze fiets zijn geen cijfers beschikbaar waaruit blijkt dat de fiets minimaal voor 70% door zieke of invalide personen wordt gebruikt. De fabrikant verkoopt de fiets echter als een comfortabele ligfiets voor iedereen. De fiets lijkt daarmee niet specifiek voor de doelgroep zieke en invalide personen te zijn bedoeld. Bij deze fiets is het minder aannemelijk dat minder dan 70% de fiets aanschaft vanwege een ziekte of invaliditeit. Daardoor kwalificeert fiets C niet als hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001.
**Derde categorie**
Een fiets die in de derde categorie valt zal niet of onvoldoende afwijken van fietsen die gezonde mensen gebruiken en voldoet daarom niet aan het hoofdzakelijkheidscriterium. Een voorbeeld van zo’n fiets is een fiets met (enkel) elektrische ondersteuning of een fiets met een extra lage instap zoals fiets D. Deze fietsen bezitten geen bijzondere hoedanigheid waaruit blijkt dat ze zijn bedoeld voor gebruik door zieke of invalide personen. Fiets D kwalificeert zodoende niet als hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001.
**Afschrijving**
Indien recht bestaat op aftrek wordt het aftrekbare bedrag aan specifieke zorgkosten beperkt tot de jaarlijkse afschrijvingskosten. De aanschafkosten van de fiets zijn niet in één keer aftrekbaar. Er moet op de fiets worden afgeschreven, rekening houdend met een restwaarde van 10%. De fiets kan in 5 jaar worden afgeschreven. De aftrek bedraagt gedurende 5 jaar dan 1/5 van 90% van de aanschafwaarde (zie ook de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 13 februari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:1466).
**Aanpassingen van een fiets**
Aanpassingen van een ‘gewone’ fiets om deze geschikt te maken voor zieke of invalide personen – vergelijkbaar met de aanpassingen van andere voertuigen zoals een auto – kunnen als uitgaven voor een hulpmiddel worden aangemerkt.
**Vergoeding**
Voor zover recht bestaat op een vergoeding vanuit de Wmo 2015 bestaat op grond van artikel 6.18, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001 geen recht op aftrek als specifieke zorgkosten.
Geef een reactie