AI-samenvatting
In het memo van de Belastingdienst wordt besproken wat onder geheven en herrekende belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning moet worden verstaan volgens de Wet IB 2001. Geheven belasting is de belasting die over een jaar is opgelegd vóór toepassing van heffingskortingen, terwijl herrekende belasting de belasting is die zonder toepassing van bepaalde artikelen zou zijn geheven over herrekende belastbare inkomens. Het memo concludeert dat bij zowel geheven als herrekende belasting rekening moet worden gehouden met de belastingkorting voor verlies uit aanmerkelijk belang, zoals vastgelegd in artikel 2.11a van de Wet IB 2001. De wetgever heeft geen beperkingen gesteld aan deze belastingkorting in de relevante artikelen.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
In het memo van de Belastingdienst wordt besproken wat onder geheven en herrekende belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning moet worden verstaan volgens de Wet IB 2001. Geheven belasting is de belasting die over een jaar is opgelegd vóór toepassing van heffingskortingen, terwijl herrekende belasting de belasting is die zonder toepassing van bepaalde artikelen zou zijn geheven over herrekende belastbare inkomens. Het memo concludeert dat bij zowel geheven als herrekende belasting rekening moet worden gehouden met de belastingkorting voor verlies uit aanmerkelijk belang, zoals vastgelegd in artikel 2.11a van de Wet IB 2001. De wetgever heeft geen beperkingen gesteld aan deze belastingkorting in de relevante artikelen.
**Belastingdienst**
**VERTROUWELIJK**
**5.1.2e**
**Belastingdienst/kantoor Leeuwarden**
**Memo Middeling en belastingkorting**
**Casus**
Wat onder geheven belasting op belastbaar inkomen uit werk en woning over de jaren van het middelingstijdvak moet worden verstaan, is geregeld in art. 3.154 lid 4, eerste volzin van de Wet IB 2001. Is over een bepaald jaar een aanslag opgelegd, dan wordt onder geheven belasting verstaan de belasting die over dat jaar is geheven vóór toepassing van de heffingskorting. Dit is het totaal van de volgens het tabeltarief over het belastbare inkomen geheven belasting, vóór verrekening van eventuele ingehouden loon- en dividendbelasting en voorlopige aanslagen maar na een eventuele belastingkorting ex art. 2.11a van de Wet IB 2001. Zie Cursus Belastingrecht IB.3.14.3!.
Op de vraag wat onder herrekende belasting op de herrekende belastbare inkomens uit werk en woning over de jaren van het middelingstijdvak moet worden verstaan, geeft de Cursus Belastingrecht geen antwoord. In de Memorie van Toelichting betreffende de Wet op de inkomstenbelasting 1964 staat het volgende:
“Het vierde lid bepaalt vervolgens dat de belasting over de gemiddelde belastbare sommen, de zogenaamde herrekende belasting, naar het tabeltarief van het desbetreffende jaar dient te worden bepaald. De overige faciliteiten die de effecten van het progressieve tarief matigen, zoals het bijzondere tarief, de verrekening van verlies uit aanmerkelijk belang en de invorderingsvrijstelling, blijven indien wordt gemiddeld buiten toepassing ten aanzien van de herrekende belastbare sommen. Ook aan artikel 64 wordt voorbijgegaan. Voor de gevallen waarin een regeling ter voorkoming van dubbele belasting speelt, is in het vijfde lid een specifieke regeling opgenomen.”
De vraag is echter of en in hoeverre deze passage uit de Memorie van Toelichting betreffende de Wet op de inkomstenbelasting 1964 nog betekenis heeft voor de huidige middelingsregeling van de Wet IB 2001.
**Vraag**
Moet bij de herrekende belasting rekening worden gehouden met de belastingkorting van artikel 2.11a van de Wet IB 2001?
**Antwoord**
Ja.
**Beschouwing**
Als over de jaren van het middelingstijdvak geheven belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning wordt volgens het vierde lid van artikel 3.154 van de Wet IB 2001 aangemerkt de belasting die is geheven vóór toepassing van artikel 2.10, tweede lid, artikel 2.10a, tweede lid, en de heffingskorting. Als met toepassing van artikel 9.4 over een jaar geen aanslag is vastgesteld, wordt voor dat jaar als geheven belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning aangemerkt het gezamenlijke bedrag van de voorheffingen, bedoeld in artikel 9.2, voor zover die betrekking hebben op het belastbare inkomen uit werk en woning, vermeerderd met de daarbij in aanmerking genomen heffingskorting.
Volgens het vijfde lid van artikel 3.154 van de Wet IB 2001 wordt onder herrekende belasting verstaan de belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning die zonder toepassing van artikel 9.4 zou zijn geheven over de herrekende belastbare inkomens uit werk en woning, zonder rekening te houden met artikel 2.10, tweede lid, artikel 2.10a, tweede lid, en de heffingskorting.
Artikel 3.155 van de Wet IB 2001 bepaalt voor de toepassing van de middelingsregeling dat de geheven en de herrekende belasting worden bepaald zonder rekening te houden met te conserveren inkomen en de daarover verschuldigde belasting.
Ingevolge het bepaalde in het eerste lid van artikel 2.11a van de Wet IB 2001 wordt de belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning nadat de regelingen ter voorkoming van dubbele belasting zijn toegepast, verminderd op de voet van artikel 4,53 met een nog niet in aanmerking genomen belastingkorting voor verlies uit aanmerkelijk belang. De hier bedoelde belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning wordt bepaald zonder rekening te houden met te conserveren inkomen.
De belastingkorting voor verlies uit aanmerkelijk belang vormt op grond van artikel 2.11a, lid 1 van de Wet IB 2001 een negatief bestanddeel van de belasting op het belastbare inkomen uit werk en woning. Deze opvatting vindt naar ons oordeel ook steun in de jurisprudentie. Dit houdt in dat zowel bij de geheven belasting als bij de herrekende belasting rekening moet worden gehouden met de belastingkorting voor verlies uit aanmerkelijk belang, aangezien de artikelen 3.154 en 3.155 van de Wet IB 2001 niet anders bepalen. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de onderscheidenlijke bedoelingen van de wetgever die ten grondslag liggen aan de beperkingen die de artikelen 3.154 en 3.155 van de Wet IB 2001 aanbrengen op de begrippen geheven en herrekende belasting, naar ons oordeel nimmer met zich mee kunnen brengen dat die beperkingen zich mede uitstrekken tot de onderhavige — in deze artikelen niet genoemde – belastingkorting.
**VERTROUWELIJK**
**Pagina 2 van 2**
Geef een reactie