AI-samenvatting
Broodfondsen zijn particuliere initiatieven voor zelfstandige ondernemers om elkaar financieel te ondersteunen bij langdurige ziekte. De uitkeringen van deze fondsen worden niet als periodieke uitkeringen in box 1 belast, omdat ze materieel door de deelnemers zelf worden verstrekt. Premies zijn niet aftrekbaar in box 1, en de waarde van de persoonlijke broodfondsrekening wordt bepaald door het saldo, verminderd met contributie en uitkeringen. Rechten op uitkeringen worden gewaardeerd op nihil, omdat er geen markt voor bestaat. Verplichtingen tot uitkering worden voor box 3 niet in aanmerking genomen. Er is geen schenkbelasting verschuldigd over de inleg en bijdragen, aangezien het een kansovereenkomst betreft. De antwoorden kunnen per broodfonds variëren afhankelijk van specifieke regels.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
Broodfondsen zijn particuliere initiatieven voor zelfstandige ondernemers om elkaar financieel te ondersteunen bij langdurige ziekte. De uitkeringen van deze fondsen worden niet als periodieke uitkeringen in box 1 belast, omdat ze materieel door de deelnemers zelf worden verstrekt. Premies zijn niet aftrekbaar in box 1, en de waarde van de persoonlijke broodfondsrekening wordt bepaald door het saldo, verminderd met contributie en uitkeringen. Rechten op uitkeringen worden gewaardeerd op nihil, omdat er geen markt voor bestaat. Verplichtingen tot uitkering worden voor box 3 niet in aanmerking genomen. Er is geen schenkbelasting verschuldigd over de inleg en bijdragen, aangezien het een kansovereenkomst betreft. De antwoorden kunnen per broodfonds variëren afhankelijk van specifieke regels.
**Belastingdienst**
**VERTROUWELIJK**
**Naam dienstonderdeel**
Kennisgroep IB-niet winst algemeen
**Contactpersoon**
5.T.Ze
**Datum**
26 maart 2020
**Versienummer**
1,2
**Referentienummer**
KG 17-202-0022
**Behandeld door**
**Casus**
Broodfondsen zijn particuliere initiatieven van zelfstandige ondernemers om elkaar financieel te steunen bij langdurige ziekte. Elk broodfonds heeft zijn eigen regels betreffende de kring van toe te laten ondernemers, een risico-periode, de mate van arbeidsongeschiktheid en het daarmee samenhangende recht op uitkering, minimale deelname, rechten op teruggave van het eigen kapitaal bij uittreden etc. In het algemeen geldt het volgende: Bij langdurige ziekte ontvangt een deelnemer vanaf de tweede maand van de ziekte, gedurende maximaal 2 jaar, uitkeringen van de andere deelnemers. De hoogte van de te ontvangen uitkering is afhankelijk van de hoogte van de eigen inleg. Het ingelegde geld blijft eigendom van het lid. Het ingelegde geld kent een maximum van 36 x de maandelijkse inleg (doorgaans maximaal € 4.050). Indien men het lidmaatschap van het broodfonds opzegt heeft men de beschikking over de tijdens het lidmaatschap ingelegde bedragen, verminderd met de contributie en de tijdens het lidmaatschap gedane uitkeringen. Indien men zelf uitkeringen uit het broodfonds heeft ontvangen kan men het lidmaatschap pas beëindigen nadat men minstens 2 jaar lid is geweest (www.broodfonds.nl).
**Vragen**
**Vraag 1**
Zijn de uitkeringen vanuit dit soort fondsen aan te merken als periodieke uitkeringen die in box 1 belast zijn?
Nee, bij broodfondsen zijn de uitkeringen niet afkomstig van een rechtspersoon, maar worden deze materieel door de deelnemers zelf verstrekt. Er is dan geen sprake van een aangewezen periodieke uitkering als bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onderdeel d, Wet IB 2001. Hierdoor zijn de uitkeringen die de deelnemers van dit soort fondsen ontvangen niet belast in box 1.
**Vraag 2**
Zijn de ingelegde premies aftrekbaar?
Nee, de premies zijn niet aftrekbaar in box 1 als premies voor aanspraken op periodieke uitkeringen en verstrekkingen ter zake van invaliditeit, ziekte of ongeval, mede omdat bij dit soort fondsen geen sprake is van een toegelaten aanbieder als bedoeld in artikel 3.126, Wet IB 2001.
**Vraag 3**
Hoe moet de persoonlijke broodfondsrekening gewaardeerd worden voor box 3?
De waarde van de persoonlijke broodfondsrekening wordt gesteld op het saldo van deze rekening, dat wil zeggen de inleg, verminderd met de contributie en de gedane uitkeringen.
**Vraag 4**
Hoe moeten daarnaast de rechten op uitkeringen uit een broodfonds worden gewaardeerd voor box 3 in geval van een ingegane uitkering? En de rechten op uitkeringen in geval van een niet ingegane uitkering, maar recht daarop als er een beroep op wordt gedaan?
De waarde van de ingegane en niet ingegane uitkeringen moet gesteld worden op het bedrag, waarvoor een zodanige uitkering zou kunnen worden aangekocht (artikel 19, lid 11 Uitvoeringsbesluit IB 2001). Uit onderzoek is echter gebleken dat er geen markt is voor dit soort producten. Daarom kan op praktische gronden de waarde op rechten op uitkeringen op nihil worden gesteld.
**Vraag 5**
Hoe moeten de verplichtingen tot uitkering gewaardeerd worden in geval van een ingegane uitkering? En de verplichtingen tot uitkering in geval van een niet-ingegane uitkering, maar verplichting daartoe als er beroep op gedaan wordt?
De waarde van de verplichting om uitkeringen te doen wordt voor box 3 niet in aanmerking genomen.
**Vraag 6**
Is over de inleg en de bijdragen schenkbelasting verschuldigd?
Nee, voor de heffing van schenkbelasting is sprake van een kansovereenkomst. Dit betekent dat de overeenkomst niet aan belastingheffing voor schenkbelasting onderhevig is.
**Antwoord:**
Bij de beantwoording is uitgegaan van de situatie, zoals deze is omschreven. Per broodfonds kunnen afwijkende regels mogelijk zijn, waardoor de gegeven antwoorden mogelijk niet geheel toegesneden zijn op die situatie.
**Vraag 1 en 2**
Zijn de uitkeringen vanuit dit soort fondsen aan te merken als periodieke uitkeringen die in box 1 belast zijn en zijn de ingelegde premies aftrekbaar?
Of er sprake is van een rechtspersoon of een onderlinge ondersteuningsnetwerk is aan de hand van de statuten te beoordelen. Met name is van belang te beoordelen of sprake is van een eigen kapitaal. Daaraan doet niet af dat de inleg niet op een eigen rekening, maar op een gezamenlijke rekening van het fonds staat. Broodfondsen zijn een vorm van onderling financiële ondersteuningsnetwerken. Personen binnen een bepaalde, beperkte groep hebben mogelijkheid tot deelname. Iedere deelnemer bouwt met de afgesproken inleg kapitaal op.
**Vraag 3**
Hoe moet de persoonlijke broodfondsrekening gewaardeerd worden voor box 3?
De bedragen die ingelegd worden blijven eigendom van de deelnemer. Er vindt geen vermogensovergang plaats van de deelnemer naar het broodfonds. Naast de inleg betaalt de deelnemer eenmalig opstartkosten en een maandelijkse contributie. Deze bedragen verlaten het vermogen van de deelnemer en behoren niet tot het saldo van de persoonlijke broodfondsrekening. Indien uitkeringen plaatsvinden aan andere deelnemers van het broodfonds, gaan de uitgekeerde bedragen over van het vermogen van de betalende deelnemer naar het vermogen van de ontvangende deelnemer en komen in mindering op het saldo van de persoonlijke broodfondsrekening van de betaler. De aard van een broodfonds brengt met zich mee dat het lidmaatschap normaliter alleen zal worden beëindigd als de onderneming beëindigd wordt (pensioen, verkoop). Aan de aard van het broodfonds is inherent dat geen toetreden vlak vóór het einde van de onderneming zal plaatsvinden. De omstandigheid dat bij het beëindigen van het lidmaatschap het saldo van de persoonlijke broodfondsrekening direct en geheel kan worden uitgekeerd (geen wachttijd) rechtvaardigt dat geen rekening wordt gehouden met een lagere waardering dan nominaal. Het saldo van de persoonlijke broodfondsrekening behoort hierdoor voor de nominale waarde tot het box 3 vermogen. In een situatie waarin beëindiging van het lidmaatschap plaatsvindt binnen twee jaar na aanvang èn zelf uitkeringen uit het broodfonds zijn ontvangen kan voor de vaststelling van de waarde contact worden opgenomen met de kennisgroep IB-niet winst algemeen.
**Vraag 4**
Hoe moeten daarnaast de rechten op uitkeringen uit een broodfonds worden gewaardeerd voor box 3 in geval van een ingegane uitkering? En rechten op uitkeringen in geval van een niet ingegane uitkering, maar recht daarop als er een beroep op wordt gedaan?
Er is sprake van een (fiscaal niet belastbare) periodieke uitkering. Zowel de al ingegane als de nog niet ingegane periodieke uitkering behoort op grond van artikel 5.3, lid 2, onderdeel e IB 2001 tot de rendementsgrondslag van box 3. Op grond van artikel 19, lid 11, Uitvoeringsbesluit IB 2001 wordt de waarde gesteld op het bedrag, waarvoor een zodanige uitkering zou kunnen worden aangekocht.
**Vraag 5**
Hoe moeten de verplichtingen tot uitkering gewaardeerd worden in geval van een ingegane uitkering? En verplichtingen tot uitkering in geval van een niet-ingegane uitkering, maar verplichting daartoe als er beroep op gedaan wordt?
Op grond van artikel 5.3, lid 3 aanhef en onderdeel b wordt de waarde van de verplichting om (ingegane en nog niet ingegane) uitkeringen te doen voor box 3 niet in aanmerking genomen.
**Vraag 6**
Is over de inleg en de bijdragen schenkbelasting verschuldigd?
Voor de heffing van schenkbelasting is sprake van een kansovereenkomst. Dit betekent dat de overeenkomst niet aan belastingheffing voor schenkbelasting onderhevig is.
Dit is een gezamenlijk product van de kennisgroepen IB-niet winst algemeen, Successiewet en Verzekeringsproducten en Assurantiebelasting.
Geef een reactie