AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of er sprake is van misbruik van het recht in een specifieke herstructurering om dividendbelasting te vermijden. De ruling concludeert dat er geen sprake is van fraus legis, aangezien het hoofddoel van de rechtshandelingen een zakelijke herstructurering was.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Belastingdienst**
Kennisgroep
Dividendbelasting
**PERSOONLIJK VERTROUWELIJK**
**Voorzitter**
**Secretaris**
**Helpdeskvraag**
Kennisgroep Dividendbelasting
artikel eerste lid van de Wet DB 1965
**Datum inbreng**
15 juni 2020
**Vraag**
Is in de hieronder beschreven casus sprake van een misbruik van het recht ter verijdeling van dividendbelasting (fraus legis)?
**Referentienummer**
20024D014
**Datum vaststelling**
17 november 2020
**Antwoord**
Nee, in casu is geen sprake van fraus legis. Het hoofddoel van het samenstel van rechtshandelingen was een zakelijke herstructurering. Daarnaast kwalificeert geen enkele rechtshandeling op zichzelf als een kunstmatige en van elk reëel belang ontblote tussenstap met als doel dividendbelasting te verijdelen. Dit antwoord is afgestemd met de Kennisgroep formeel recht.
**Auteur**
**Casus**
[GEANONIMISEERD]
Op enig moment koopt het [GEANONIMISEERD] concern een actieve onderneming van een derde. Deze onderneming betreft een groep van vennootschappen met als topmaatschappij een [GEANONIMISEERD] rechtspersoon. [GEANONIMISEERD] houdt alle lidmaatschapsrechten in de in Nederland gevestigde NL Coop. NL Coop houdt alle aandelen in de in Nederland gevestigde BV [GEANONIMISEERD].
Vervolgens besluit de [GEANONIMISEERD] groep om haar structuur te rationaliseren door middel van een herstructurering. NL Coop verkoopt daartoe eerst haar aandelen in BV aan BV. De koopsom wordt schuldig gebleven. Vervolgens worden de lidmaatschapsrechten in NL Coop verkocht door [GEANONIMISEERD] aan BV. BV financiert de koopprijs uit eigen middelen. [GEANONIMISEERD] verdwijnt als rechtspersoon en wordt nadien gefuseerd met BV, verkrijgende rechtspersoon. Hierdoor gaat de schuld van BV aan NL Coop door schuldvermenging teniet.
De vraagsteller geeft aan dat indien NL Coop eerst was geliquideerd, terwijl deze nog een 100% dochter was van [GEANONIMISEERD], Nederlandse dividendbelasting verschuldigd zou zijn geweest over het eigen vermogen van NL Coop dat als liquidatie-uitkering zou zijn uitgedeeld aan [GEANONIMISEERD]. De vraagsteller vraagt de kennisgroep derhalve of als gevolg van de fusie van NL Coop onder BV voorafgaand aan de fusie tussen NL Coop en BV sprake is van misbruik van het recht ter verijdeling van dividendbelasting (fraus legis) en trekt daarbij de vergelijking met de zogenaamde Holding arresten.
**Beschouwing**
De Holding arresten zijn gewezen onder de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Wet IB 64). De Wet IB 64 maakte een onderscheid tussen de bron, de aandelen zelf, en de vruchten uit de bron (dividend etc.). In zijn algemeenheid werden voordelen behaald met een vervreemding van de bron lager belast met inkomstenbelasting dan de vruchten uit de bron. In de praktijk ontstonden er constructies die beoogden gebruik te maken van dit onderscheid door aandeelhouders winstreserves te laten toucheren in de vorm van vervreemdingswinsten, terwijl het belang in de onderneming gehandhaafd bleef. De Hoge Raad oordeelde dat bij dergelijke constructies sprake was van fraus legis, zodat de vervreemdingswinsten alsnog belast werden met het hogere tarief in de inkomstenbelasting.
De bewijslast voor de stelling dat sprake is van fraus legis ligt bij de inspecteur. Van fraus legis is sprake indien belastingverijdeling het enige of doorslaggevende doel is van een rechtshandeling of samenstel van rechtshandelingen en tevens wordt gehandeld in strijd met doel en strekking van de betreffende belastingwet.
In een geval waarin een samenstel van handelingen heeft plaatsgevonden met als enige of doorslaggevende beweegreden de verijdeling van de heffing van dividendbelasting, waardoor doel en strekking van de Wet zouden worden miskend, indien de uitgekeerde dividenden, voor zover deze kunnen worden geput uit de ten tijde van de overdracht van de aandelen in de vennootschap aanwezige reserves, en de belastingplichtige over deze reserves kon beschikken, onbelast zouden blijven.
Indien een belastingplichtige met een rechtshandeling of samenstel van rechtshandelingen een zakelijk doel nastreeft, staat het hem in beginsel vrij om fiscaal de meest gunstige weg te bewandelen. Dit uitgangspunt wordt echter beperkt door de verschillende wegenleer of de meerwegenleer. Dit houdt in dat ook in geval van zakelijk doel wordt nagestreefd, alsnog sprake is van fraus legis als een van de tussenstappen tot doel heeft om belasting te verijdelen en als kunstmatig en van elk reëel belang ontbloot wordt aangemerkt.
In tegenstelling tot de Holding arresten werd naar het oordeel van de kennisgroep in casu met de herstructurering een zakelijk doel nagestreefd, namelijk het rationaliseren van de concernstructuur. Voor dat oordeel zijn de volgende overwegingen van belang: De [GEANONIMISEERD] groep heeft een bestaande ondernemingsstructuur overgenomen van een derde partij. De keuze om ook over te nemen is genomen vanuit een zakelijk oogpunt. Het concern heeft vervolgens besloten om de structuur te rationaliseren en de twee Nederlandse ondernemingen bij elkaar te brengen. Ten slotte beschikte BV over voldoende eigen middelen om BV over te nemen.
De kennisgroep is ook van mening dat toepassing van de meerwegenleer niet leidt tot de conclusie dat in casu sprake is van fraus legis en overweegt daartoe als volgt: De uiteindelijke structuur na herstructurering had via verschillende wegen kunnen worden bereikt. Zo had BV direct de lidmaatschapsrechten in NL Coop van de derde partij kunnen overnemen, hetgeen om zakelijke redenen niet is geschied, gevolgd door een fusie van NL Coop in BV. Ook had [GEANONIMISEERD] de aandelen NL Coop kunnen vervreemden aan BV in plaats van eerst te fuseren, gevolgd door de fusie van NL Coop in BV, of had NL Coop als dochter van [GEANONIMISEERD] direct in BV kunnen fuseren tegen uitreiking van aandelen BV aan [GEANONIMISEERD], gevolgd door een verkoop van de aandelen BV aan BV, de aandeelhouder van BV. Al deze wegen hadden niet geleid tot de heffing van Nederlandse dividendbelasting. Slechts de variant waarbij NL Coop als dochter van [GEANONIMISEERD] zou zijn geliquideerd, had wel geleid tot heffing van Nederlandse dividendbelasting. In dit licht kan niet worden gezegd dat de door [GEANONIMISEERD] gekozen stappen van de herstructurering kwalificeren als kunstmatig en van elk reëel belang ontbloot met als doel dividendbelasting te verijdelen.
**Conclusie**
In casu is geen sprake van fraus legis. Het hoofddoel van de uitgevoerde rechtshandelingen was een zakelijke herstructurering. Daarnaast kwalificeert geen enkele rechtshandeling op zichzelf als een kunstmatige en van elk reëel belang ontblote tussenstap met als doel dividendbelasting te verijdelen. Dit antwoord is afgestemd met de Kennisgroep formeel recht.
**Hoge Raad 13 maart 2019 ECLI NL HR 2009 BH5619 BNB 2009 123**
Geef een reactie