AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de kwalificatie van civielrechtelijke winstuitkeringen als uitdelingen van winst volgens de Wet op de dividendbelasting 1965. Het besluit stelt dat de dekking door winst niet relevant is voor de kwalificatie van de uitkering als een uitdeling van winst.
Kennisgroepstandpunt
Belastingdienst
Kennisgroep
DividendbelastingVERTROUWELIJK
Voorzitter
512e
Secretaris
]512e
Rechtsvraag
Kennisgroep
Dividend beiastin g_PostbusDividendbelasting Toepassing artikel 3lid1onderdeel aWet opde
dividendbelasting 1965
Datum inbreng
31juii2020
Vraag
Referentienummer
20024D013
Isvoor devraag ofeen uitkering van winst incivielrechtelijke zin alsuitdeling van
de winst inde zin van artikel 3eerste lid onderdeel avan deWet op de
dividendbelasting 1965 Wet DB kwalificeert van belang ofdeuitdeling wordt
gedekt door winstDatum
28September 2020
Auteur
512e
Antwoord
Nee een civielrechtelijke uitkeringvan winst kwalificeert altijd alseen uitdeling van
dewinst indezin van indezin van artikel 3eerste lid onderdeel aWet DB De
vraag ofdeuitdeling wordt gedekt door dewinst isdaarbij dus niet relevant
Indien deuitkering van winst civielrechtelijk nietig isofisvernietigd kan alsnog
sprake zijn van een verkapte winstuitdeling inde zin van artikel 3eerste lid
onderdeel a van Wet DB indien de opbrengstgerechtigdeeen
vermogensbestandsdeel heeft ontvangen Voor een verkapte winstuitdeling iswel
vereist dat deze wordt gedekt door winst
Beschouwing
Er isaltijd sprake van een uitdeling van winst inde zin van artikel 1eerste lid
onderdeel aWet DB indien vermogen ter beschikking wordt gesteld aan een
opbrengstgerechtigde endeze terbeschikkingstelling civielrechtelijk kwalificeert als
een uitkering van winst Devraag ofdeuitdeling wordt gedekt door dewinst is
daarbij dus niet relevant DitvoIgt uit een arrest van deHoge Raad uit1951^ dat
naar demening van dekennisgroep zijn geldigheid heeft behouden
Indien het besluittot uitkering van dewinst echter inietig isof iivernietigbaar
isenvervolgens isvernietigd dan iscivielrechtelijk nooit sprake geweest van een
uitkering van winst
Dat betekent echter nog niet dat ervoor dedividendbelasting geen sprake isvan
een winstuitdeling Indien deopbrengstgerechtigde namelijk daadwerkelijk een
vermogensbestandsdeel heeft ontvangen^ dan kan deze vermogensovergang
^Hoge Raad 23mei 1951 B9015 bijiage
^Hetgeen ook door middel van verrekening kan hebben plaatsgevonden Indiegevallen is
namelijk nog steeds sprake van terbeschikkingstelling indezin van artikel 7eerste lidWet
VERTROUWELIJK Pagina 1van 5
1675873 00069
kwalificeren als een verkapte uitdeling van winst indezin van artikel 1eerste lid
onderdeel aWet DB Integenstellingtot gevallen wraarin sprakeisvan een
dvielrechtelijke uitkeringvan winst isvoor eenverkapte winstuitdelingwel vereist
datdeze wordt gedekt door winst
Ofsprakeisvan een verkapte winstuitdelingiseen feitelijke vraag Naar
verwachting zal Indemeeste gevallen van een civielrechtelijk nietige ofvernletigde
uitkering van winst welsprake zijn van eenverkapte winstuitdeling vergelijk het
arrest van deHoge Raad van 24augustus 1999 BNB 2000 49
NB Sinds deinwerkingtreding per 1oktober 2012 van deWet vereenvoudigingen
flexibilisering bvrecht endeInvoeringswet vereenvoudiging enflexibilisering bv
recht geldt voor BV sdat een besluit totuitkering geen gevolg heeft zolang het
bestuur geen goedkeuring heeft verleend Als zonder goedkeuring winst wordt
uitgekeerd dan isdat besluit niet nietigofvernietigbaarzoals inart 214of215
BW staat Artikel 2216 BW sanctioneert het ontbreken van goedkeuring namelijk
met hetuitblijven van enig gevolg
Nietigheid ofvernietigbaarheid van het besluit kan wel volgen wegens andere
strijdigheidvan het besluit met dewet ofstatuten art 214of215BW
Billaoe Hoae Raad 23mei 1951 B9015
Bijiage Hoge Raad 23mei 1951 B9015
DBaangezien devernietiging niet betekent dat debetaling ofverrekening niet heeft
plaatsgevonden
VERTROUWELIJK Pagina7van S
1675873 00069
Hoge Raad 23 mei 1951 9015
Wet DB1965 art 2
WetsartikelenWet DB1965 art 3
Wet VPB 1969 art 10
Auteur
Geen heffing van dividendbeiasting indien besluit totuitdeling nietigisenniet zal
worden uitgevoerd
DeHoge Raad enz
Gezien hetberoepschriftincassatie van de nvNNteXtegen deuitspraak van
den raad van beroep te sHertogenbosch van 18November 1950 inzake den
haar opgelegden aanslag totnavordering van dividendbeiasting
Gezien enz
Overwegende datbelanghebbende wier algemene vergadering van
aandeelhouders inJuni 1948 besloot over 1947 een dividend uittekeren van 6
petover haar gestorte kapitaalvan f1000 000 welk dividend per1lull 1948
werd betaalbaar gesteld tegen den haar deswege opgelegden aanslag
bovengenoemdinberoepisgekomen bijden raad van beroep
Overwegende datderaad den aanslag echter heeft gehandhaafd natehebben
overwogen
dat hetenige geschilpunttussen partijenhierin bestaat dat naar demeningvan
appellante geen dividendbeiasting schuldig iswegens over hetboekjaar 1947
gedeclareerd dividend ad6pCtover hetgeplaatste kapitaal adf1000 000 en
zeker niet over hetbedrag dat debewindvoerders indesurseance van betaling
dervennootschapniet willen uitkeren endeinspecteuroordeelt dat
dividendbeiastingover hetgehele gedeclareerde dividend schuldigisdat
appellante inhetberoepschrift entervergadering van deRaad aanvoerde 1dat
het besluit deralgemene vergadering waarbijdividend werd gedeclareerd nietig
isdaar bijhet einde van hetboekjaar 1947 hetvermogen dervennootschap was
gedaald beneden het kapitaal enten tijde vangenoemd besluit zelfs hetgehele
vermogendervennootschapwas verdwenen zodat het dividend dat
gedeclareerd werd omdemogelijkheid van plaatsing van aandelen open te
houden voor zover reeds uitbetaald isuitbetaald uithet provenu ener daartoe
gesloten leningzodat hier dan ook elgenlijkvan diefstal sprakeis2dat detekst
van art 2lid2Div Buitsluit dat hier dividendbeiasting kan worden geheven
daar uithetwoord reeds van die tekst blijkt dat redelijke kans opwinst moet
zijnwil ditwoord reeds niet zinloos zijnenhetgeheleart 2lid1overbodig
dat deinspecteur hiertegen aanvoert ad1dat dedividendbeiastingiseen
voorheffing van deinkomstenbelasting dus hetzeifde karakter draagt alsde
inkomstenbelasting hetgeen medebrengt dathetgeen zich alsdividend voor de
aandeelhoLider voordoet ook alsdividend ten aanzien van dedividendbeiasting
moet worden beschouwd dat tedezer zake geen verschil kan worden gemaakt
tussen het betaalde ennog onbetaalde dividend daar deschuld der
dividendbeiasting voortspruituithet besluit terbetaalbaarstelling blijkens art 3
Div Bdat deRaad van mening ismet deinspecteur datingevolge hetbepaalde
bijart 31junctoart 52en53 lid 1no 1IB41 waaruitblijktdat dividend
alsopbrengst van roerend kapitaal onder deinkomstenbelasting valt
belastingplichtige dat dividend moet aangeven endevan het dividend geheven
dividendbeiastinginminderingvan deaanslag inkomstenbelastingwordt gebracht
endaartoe debelastingplichtige dedividendbeiasting moet opgeven bijde
aangifte alsdividend moet worden beschouwd wat zich alszodanig bij
belastingplichtigeaandient hetgeenincasu isgeschieddoor het besluit der
VERTROUWELIJK Pagina3van S
1675873 00069
algemene vergadering totuitbetaling van dividend endus ook niet van belang is
ofhet dividend aldan niet isuitbetaald dat wellicht detekst van art 2iid2Div
Bstof geeftvoor critiek doch anderzijdshetwoord reeds’ inart 2lid2Div B
wellicht teverklaren isuithet verband met derest van het artikel enbovendien
dewetgever detekst wel zou hebben aangevuld indien hijbedoelde dat de
opbrengst moest gedekt zijnuitteverwachten winst dat bovendien die critiek
niet van voldoende gewicht kan worden geacht tegenover het stelsel van
belastingheffing dat naar deRaad meent onmiskenbaar ingenoemde besluiten is
neergelegdenboven isaangegeven
Overwegende datbelanghebbende alsmiddel van cassatie onder meer stelt
Schending ofverkeerde toepassing van art 16RvBinverband met art 2
Div Bdoordat deraad vanberoep inzijn bovenvermelde uitspraak van geen
belang acht deomstandigheid dat bijhet einde van hetboekjaar 1947 het
vermogendervennootschapwas gedaald beneden hetkapitaal terwijlzoals in
hetberoepschrift isvermeld ten tijde van het besluit totdividenduitkering de
vennootschap zosterk was achteruitgegaan dat optoekomstige winsten
redelijkerwijzeniet meer kon worden gerekendtertoelichtingwaarvan in
hoofdzaak wordt aangevoerd IArt 2lid2Div Bbedoelt kennelijk uitdelingen
tebelasten die het karakter hebben van anticipatie optoekomstige winsten Waar
inditgevalten tijdederdividendvaststeilingalle redelijke hoop optoekomstige
winsten was uitgesloten moet worden aangenomen dat hetuitgekeerde
dividend over hetjaar 1947 niet onder art 2Div Bvalt Als het ervoor
toepassingvan alinea 2vangemeldartikel niet toe doet oferwinst teverwachten
isofniet wordt aan alinea 1elke betekenis ontzegd heel speciaal aan het
bepaaldeinalinea 14o IIVerder kan het niet juist zijn datdividendbelasting
wordt geheven over bedragen die niet aan deaandeelhouders zijn uitgekeerd en
ook niet geheeioften dele zullen worden uitgekeerdhet wezen van de
dividendbelasting namelijk voorheffing opdeinkomstenbelastingzou hierdoor
volledig worden miskend
Overwegende met betrekking totdeeerste grief
datdedividendbelasting blijkens art 1Div Bhet karakter draagt van een
voorheffing opdeinkomstenbelastingenopdevennootschapsbelasting
dat ditkarakter medebrengt dat waar gemeld artikel alsobject der
dividendbelasting aanwijst deopbrengst van aandelen devraag ofen inhoeverre
inenig gevalvanzodanige opbrengst sprakeismoet worden beantwoord in
verband met deregeling welke deheffing van debeide evengenoemde
belastingen indedesbetreffende besluiten heeft gevonden
dat uitbedoelde besluiten niet valt afteleiden dat het feit dat een
dividenduitdeling niet door reeds behaalde winst isgedektenook naar redelijke
verwachting niet door indetoekomst nog tebehalen winst zalkunnen worden
gedekt aan deverschuldigdheid van inkomstenbelasting ofvan
vennootschapsbelastingterzake van zulk een uitdelinginden weg staat
dat ditzozijnde ook niet aannemelijk isdat dewetgever inart 2lid2Div B
totuitdrukkingzou hebben willen brengen datuitdelingen waarvan niet verwacht
kan worden datzijooit uitwinst zullen kunnen worden gedekt opdien grond
alleen reeds niet aan dividendbelasting onderworpen zijn
dat deeerste griefvan het middel dus niet gegrondis
Overwegende ten aanzien van detweede grief
dat wat het niet uitbetaalde dividend betrefl deaanslagten onrechte is
opgelegdzokomt vast testaan dat gelijk belanghebbende bijden raad van
beroep heeft gesteld het besluit totuitdeling nietig was enzijtegenover een
eventuele vorderingtotuitbetalingzich opdienietigheidzalberoepen
VERTROUWELIJK Pagina 4van S
1675873 00069
datimmers het besluit opdedividendbeiasting blijkens art 4ervan uitgaat dat
het lichaam dat voor rekening van detotdeopbrengst gerechtigden
dividendbeiasting schuldig wordt opdieopbrengst krijgteen recht van verhaal of
een recht van retentie van welke rechten ineen geval alsdoor belanghebbende
hier aanwezig wordt gesteld geen sprake kan zijn
datdaarom alisditook niet uitdrukkelijkinhet besluit bepaald valt aan te
nemen dat Inzodanig geval dividendbeiasting niet geheven kan worden
datdeze gevolgtrekking nog temeer voor dehand ligt wijiinzodanig geval elke
redelijke grond voor deheffing van dividendbeiasting ontbreekt
dat deraad van beroep mitsdien inhetonderhavige geval ten onrechte heeft
geoordeeld dat niet van belangisofhet dividend aldan niet isuitbetaald ende
tweede grief gegrondis
Enz Vernietiging met verwijzing
VERTROUWELIJK PaginaSvan S
1675873 00069
Geef een reactie