AI-samenvatting
Deze belastinguitspraak behandelt de vraag of een juridische fusie leidt tot een heffingsmoment voor dividendbelasting. De conclusie is dat een juridische fusie geen opbrengst vormt in de zin van de Wet op de dividendbelasting 1965.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
**Belastingdienst**
Kennisgroep
Dividendbelasting
**PERSOONLIJK VERTROUWELIJK**
**Rechtsvraag**
Dividendbelasting: Toepassing artikel eerste lid van de Wet op de dividendbelasting 1965
**Datum inbreng**
15 juni 2020
**Vraag**
Vormt bij een juridische fusie de overgang onder algemene titel van het gehele vermogen van een verdwijnende rechtspersoon op de verkrijgende rechtspersoon opbrengst in de zin van artikel eerste lid van de Wet op de dividendbelasting 1965 (Wet DB)?
**Datum vaststelling**
30 September 2020
**Auteur**
**Antwoord**
Nee, bij een juridische fusie vormt de overgang onder algemene titel van het gehele vermogen van een verdwijnende rechtspersoon op de verkrijgende rechtspersoon geen opbrengst in de zin van artikel eerste lid van de Wet op de dividendbelasting 1965.
**Beschouwing**
Bij een juridische fusie gaat het gehele vermogen van de verdwijnende rechtspersoon onder algemene titel, dus zonder afzonderlijke levering van de overgaande vermogensbestanddelen, over op de verkrijgende rechtspersoon, waarbij de verdwijnende rechtspersoon van rechtswege ophoudt te bestaan. In 2015 heeft de staatssecretaris het volgende opgemerkt over de vraag of een juridische fusie leidt tot heffing van dividendbelasting (kamerstuk 34 205 nr. …). De NOB vraagt om bevestiging dat een juridische fusie van een Nederlandse vennootschap in een andere Nederlandse vennootschap of een in het buitenland gevestigde buitenlandse vennootschap geen belastbaar feit is voor de heffing van dividendbelasting. Dit kan worden bevestigd.
De visie dat de overgang onder algemene titel als gevolg van een juridische fusie niet tot een heffingsmoment leidt in de zin van artikel eerste lid onderdeel Wet DB, wordt ook in de literatuur breed gedragen. Zo schrijft Marres bijvoorbeeld: "er wordt Diets aan enig vennootschappelijk vermogen onttrokken ten behoeve van de aandeelhouders." De kennisgroep onderschrijft deze stelling (Marres, Dividendbelasting, Fed Rscale studieserie, Wolters Kluwer, vijfde druk, 75).
Omdat de verdwijnende rechtspersoon van rechtswege ophoudt te bestaan en dus niet wordt ontbonden of wordt geliquideerd, is ook geen sprake van opbrengst op grond van artikel eerste lid onderdeel Wet DB.
Op basis van het bovenstaande komt de kennisgroep tot de conclusie dat bij een juridische fusie de overgang onder algemene titel van het gehele vermogen van een verdwijnende rechtspersoon op de verkrijgende rechtspersoon geen opbrengst vormt in de zin van artikel eerste lid van de Wet op de dividendbelasting 1965.
**VERTROUWELIJK**
Geef een reactie