AI-samenvatting
De rechtbank heeft geoordeeld dat een conserverende navorderingsaanslag op grond van artikel 16, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) niet mogelijk is, omdat niet is voldaan aan het kenbaarheidsvereiste. In dit geval was er een administratieve vergissing waardoor de conserverende aanslag niet binnen de aanslagtermijn van drie jaar was vastgesteld. De belastingplichtige had geen kennis van een conserverende aanslag of een beschikking waarin werd aangegeven dat er geen conserverende aanslag was opgelegd, waardoor hij niet redelijkerwijs kon weten dat er een fout was gemaakt. De rechtbank concludeert dat de heffingssystematiek van de conserverende aanslag gelijk moet zijn aan die van de gewone aanslag, en dat de navordering in dit geval niet kan plaatsvinden.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
De rechtbank heeft geoordeeld dat een conserverende navorderingsaanslag op grond van artikel 16, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) niet mogelijk is, omdat niet is voldaan aan het kenbaarheidsvereiste. In dit geval was er een administratieve vergissing waardoor de conserverende aanslag niet binnen de aanslagtermijn van drie jaar was vastgesteld. De belastingplichtige had geen kennis van een conserverende aanslag of een beschikking waarin werd aangegeven dat er geen conserverende aanslag was opgelegd, waardoor hij niet redelijkerwijs kon weten dat er een fout was gemaakt. De rechtbank concludeert dat de heffingssystematiek van de conserverende aanslag gelijk moet zijn aan die van de gewone aanslag, en dat de navordering in dit geval niet kan plaatsvinden.
**KG:206:2022:6 Conserverende navorderingsaanslag op grond van artikel 16, tweede lid, onderdeel c, AWR niet mogelijk, omdat niet is voldaan aan het kenbaarheidsvereiste**
**Publicatiedatum:** 20-12-2022 | **Standpunt**
**Aanleiding**
Naar aanleiding van een ingediende aangifte inkomstenbelasting over het jaar van (e)migratie (een zogeheten M-biljet of M-aangifte), had naast een “gewone” aanslag ook een conserverende aanslag moeten worden opgelegd. De inspecteur heeft wel een aanslag vastgesteld, maar door een administratieve vergissing wordt de conserverende aanslag niet vastgesteld binnen de aanslagtermijn van drie jaar.
**Vraag**
Is het mogelijk om met toepassing van artikel 16, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) een conserverende navorderingsaanslag vast te stellen?
**Antwoord**
Nee. Navordering stuit af op het kenbaarheidsvereiste van artikel 16, tweede lid, onderdeel c, AWR. Belastingplichtige heeft immers geen conserverende aanslag of zogeheten “beschikking geen (conserverende) aanslag” als bedoeld in artikel 12 AWR ontvangen, waaraan hij als het ware in één oogopslag had moeten zien dat die niet juist was (vgl. Hof Arnhem-Leeuwarden 13 mei 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:3920 al en Rechtbank Noord-Nederland 7 juni 2022, ECLI:NL:RBNNE:2022:1850).
**Beschouwing**
1. **Wettelijk kader**
Een conserverende aanslag is een belastingaanslag die wordt opgelegd bij emigratie over inkomensbestanddelen waarop een toekomstige fiscale claim rust, zoals in het verleden opgebouwde pensioenrechten, waardevermeerdering van aanmerkelijk belangaandelen en in het verleden afgetrokken lijfrentepremies.
**Artikel 2, vijfde lid, AWR luidt als volgt:**
“Hetgeen bij of krachtens deze wet wordt bepaald inzake de in het derde lid, onderdeel e, bedoelde voorlopige aanslag, aanslag of navorderingsaanslag, is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de in dat onderdeel bedoelde voorlopige conserverende aanslag, onderscheidenlijk conserverende aanslag of conserverende navorderingsaanslag, met dien verstande dat:
a. een voorlopige aanslag en in de belastingwet daartoe aangewezen voorheffingen niet worden verrekend met een conserverende aanslag en een voorlopige conserverende aanslag niet wordt verrekend met een aanslag;
b. een voorlopige conserverende aanslag niet wordt verrekend met een conserverende aanslag doch vervalt tegelijk met de vaststelling van de conserverende aanslag onder toerekening van het ter zake van de voorlopige conserverende aanslag verleende uitstel van betaling, de daaromtrent gestelde zekerheid, alsmede van de betalingen die op die conserverende voorlopige aanslag mochten zijn verricht, aan de conserverende aanslag.”
**Artikel 16 AWR luidt, voor zover van belang, als volgt:**
“2. Navordering kan mede plaatsvinden in alle gevallen waarin te weinig belasting is geheven, doordat:
c. ten gevolge van een fout een aanslag ten onrechte achterwege is gelaten of ten gevolge van een fout een belastingaanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld, hetgeen de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is, waarvan in elk geval sprake is indien de te weinig geheven belasting ten minste 30 percent van de ingevolge de belastingwet verschuldigde belasting bedraagt.”
**2. Parlementaire geschiedenis**
Ten aanzien van artikel 2, vijfde lid, AWR wordt het volgende vermeld (Kamerstukken II 1998/99, 26 728, nr. 3, p. 22 en 23):
“Uit een oogpunt van kenbaarheid — door de burger — van zijn fiscale verplichtingen en uitvoerbaarheid — door de belastingdienst — is het wenselijk het formele heffingsrecht inzake conserverende belastingaanslagen zoveel mogelijk gelijk te laten zijn aan hetgeen geldt voor de gewone belastingheffing.”
**3. Rechtspraak**
In HR 2 juni 2006, 41052, ECLI:NL:HR:2006:AU2297, BNB 2007/148 is geoordeeld dat een geval waarin binnen de aanslagtermijn aan de belastingplichtige geen aanslagbiljet of beschikking om geen aanslag op te leggen is toegezonden, niet onder de zogeheten schrijf- en tikfouten jurisprudentie valt. Volgens de Hoge Raad is geen sprake van een kenbare vergissing.
**4. Beoordeling**
De conserverende aanslag is een belastingaanslag die apart van de aanslag wordt opgelegd over het emigratiejaar. De wetgever heeft, zo blijkt uit voormelde parlementaire behandeling, de heffingssystematiek van de conserverende aanslag gelijk willen maken aan die van de “gewone” aanslag.
De kennisgroep concludeert dat wat van toepassing is voor de navorderingsaanslag, ook geldt voor de conserverende navorderingsaanslag. In dit geval is verzuimd naast de gewone aanslag een conserverende aanslag op te leggen als gevolg van een administratieve vergissing.
De inspecteur is het opleggen van de conserverende aanslag vergeten. Hoewel met elkaar verweven, zijn de gewone aanslag en de conserverende aanslag twee afzonderlijke belastingaanslagen. Belanghebbende ontvangt dus wel de gewone aanslag, maar niet de conserverende aanslag.
In artikel 16, tweede lid, onderdeel c, AWR staat dat het ten onrechte achterwege laten van een aanslag een fout kan zijn. Uit de eerdergenoemde uitspraken van Hof Arnhem-Leeuwarden en Rechtbank Noord-Nederland leidt de kennisgroep af dat navordering met toepassing van artikel 16, tweede lid, onderdeel c, AWR niet mogelijk is, omdat niet aan het in dat artikel opgenomen kenbaarheidsvereiste wordt voldaan.
Geef een reactie