1644065

AI-samenvatting

Na het overlijden van een belastingplichtige op 1 maart 2021 kunnen de erfgenamen verzoeken om een definitieve aanslag inkomstenbelasting voor het jaar van overlijden. Het is mogelijk om deze aanslag voor het einde van dat jaar vast te stellen, maar de inspecteur is niet verplicht dit te doen. Hij kan ook kiezen voor een voorlopige aanslag als de definitieve belastingschuld nog niet duidelijk is. De materiële belastingschuld ontstaat gedurende het kalenderjaar en wordt geformaliseerd door het vaststellen van de aanslag.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

Na het overlijden van een belastingplichtige op 1 maart 2021 kunnen de erfgenamen verzoeken om een definitieve aanslag inkomstenbelasting voor het jaar van overlijden. Het is mogelijk om deze aanslag voor het einde van dat jaar vast te stellen, maar de inspecteur is niet verplicht dit te doen. Hij kan ook kiezen voor een voorlopige aanslag als de definitieve belastingschuld nog niet duidelijk is. De materiële belastingschuld ontstaat gedurende het kalenderjaar en wordt geformaliseerd door het vaststellen van de aanslag.

**KG:206:2022:3 Definitieve aanslag inkomstenbelasting in het jaar van overlijden**

**Publicatiedatum:** 20-12-2022 | **Standpunt**

**Aanleiding**
Belastingplichtige is op 1 maart 2021 overleden. Aan de erfgenamen van belastingplichtige is ten behoeve van de aangifte inkomstenbelasting 2021 een papieren F-Biljet uitgereikt. Dat biljet wordt op 1 juli 2021 ingestuurd naar de Belastingdienst. Kort daarna verzoeken de erfgenamen aan de inspecteur om zo spoedig mogelijk de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2021 op te leggen.

**Vraag**
Kan de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2021 na overlijden van belastingplichtige in dat jaar worden vastgesteld in 2021?

**Antwoord**
Ja, ingeval van overlijden van belastingplichtige is het mogelijk om de definitieve aanslag inkomstenbelasting over het overlijdensjaar vast te stellen voor het einde van dat jaar. Het bestaan van deze mogelijkheid betekent echter niet dat de inspecteur verplicht is om voor afloop van het jaar van overlijden de definitieve aanslag op te leggen. De inspecteur kan ook ervoor kiezen om een voorlopige aanslag inkomstenbelasting vast te stellen, bijvoorbeeld wanneer de definitieve omvang van de materiële belastingschuld over het overlijdensjaar nog niet duidelijk is.

**Beschouwing**

1. **Wettelijk kader**
Ingevolge artikel 2.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) wordt de inkomstenbelasting geheven over het door de belastingplichtige in het kalenderjaar genoten belastbare inkomen uit werk en woning, belastbare inkomen uit aanmerkelijk belang en belastbare inkomen uit sparen en beleggen.
Indien de belastingplichtige een fiscale partner heeft, is in artikel 2.17 Wet IB 2001 de toerekening van inkomensbestanddelen en vermogensbestanddelen tussen de belastingplichtige en zijn fiscale partner geregeld.

2. **Gemeenschappelijke inkomensbestanddelen**
Inkomensbestanddelen van de belastingplichtige en zijn partner worden ín aanmerking genomen bij degene door wie de inkomensbestanddelen zijn genoten of op wie deze drukken. Bestanddelen van de rendementsgrondslag van de belastingplichtige en zijn partner worden in aanmerking genomen bij degene tot wiens bezit die bestanddelen behoren.

3. **Wetsgeschiedenis**
Uit de tekst van artikel 11, vierde lid, AWR volgt dat het vierde lid alleen geldt voor de toepassing van het derde lid. In de Memorie van Toelichting staat daarover het volgende: “Om in gevallen waarin de grootte van de belastingschuld bepaald wordt of mede bepaald wordt door feiten die zich in de loop van een tijdvak voordoen, iedere twijfel omtrent de vraag, wanneer die schuld ontstaat, uit te sluiten, is de bepaling van het vierde lid opgenomen.”

4. **Materiële belastingschuld**
Bij tijdvakbelastingen doen zich gedurende een vooraf vastgestelde periode, het tijdvak, doorlopend belastbare feiten voor. In de loop van het tijdvak ontstaan dan voortdurend materiële belastingschulden. De materiële belastingschuld ontstaat dus niet pas op het einde of na afloop van het tijdvak.

5. **Beoordeling**
De uiterste termijn waarbinnen een definitieve aanslag opgelegd moet worden, volgt uit artikel 11, derde lid, AWR. Door het overlijden is de belastingplicht hier voor het einde van het kalenderjaar geëindigd. De belastbare feiten die zich tot en met het overlijden hebben voorgedaan bepalen in beginsel de materiële belastingschuld voor het betreffende tijdvak. Door middel van het vaststellen van de aanslag wordt de materiële belastingschuld geformaliseerd. Deze formalisering kan naar het oordeel van de kennisgroep ook voor afloop van het kalenderjaar van overlijden plaatsvinden.

Tot slot wordt opgemerkt dat het bestaan van de mogelijkheid om de aanslag gedurende het kalenderjaar op te leggen niet betekent dat de inspecteur verplicht is om voor afloop van het kalenderjaar van overlijden de definitieve aanslag op te leggen. De inspecteur kan ook ervoor kiezen om een voorlopige aanslag inkomstenbelasting vast te stellen, bijvoorbeeld wanneer de definitieve omvang van de materiële belastingschuld over het overlijdensjaar nog niet duidelijk is.

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *