1585115

AI-samenvatting

De toepassing van de faciliteit van artikel 14a, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is een keuze voor de betrokken vennootschappen, niet een verplichting. Deze keuze kan gemaakt of gewijzigd worden tot het moment dat de aanslag van de afsplitsende of verkrijgende vennootschap onherroepelijk vaststaat. Beide vennootschappen dienen een gezamenlijke en gelijkluidende keuze te maken. Indien een verzoek om toepassing van deze faciliteit te laat is ingediend, kan onder bepaalde voorwaarden alsnog goedkeuring worden verleend, mits aan alle andere voorwaarden is voldaan en er geen onherroepelijke aanslag is vastgesteld.

Kennisgroepstandpunt

Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat

AI-samenvatting

De toepassing van de faciliteit van artikel 14a, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is een keuze voor de betrokken vennootschappen, niet een verplichting. Deze keuze kan gemaakt of gewijzigd worden tot het moment dat de aanslag van de afsplitsende of verkrijgende vennootschap onherroepelijk vaststaat. Beide vennootschappen dienen een gezamenlijke en gelijkluidende keuze te maken. Indien een verzoek om toepassing van deze faciliteit te laat is ingediend, kan onder bepaalde voorwaarden alsnog goedkeuring worden verleend, mits aan alle andere voorwaarden is voldaan en er geen onherroepelijke aanslag is vastgesteld.

**Belastingdienst**
Naam dienstonderdeel
Kennisgroep Formeel Recht
Contactpersoon
5.1.2e
MEMO
Datum
12 februari 2021
Versienummer
Onderwerp 20-206-0014

**Toepassing faciliteit juridische afsplitsing na een afgegeven beschikking als bedoeld in artikel 14a, derde lid, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is een keuze**

**Casus**
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
1585115
[GEANONIMISEERD]

**Vragen**
1. Is het toepassen van de faciliteit van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb een keuze of is dit een verplichting indien op verzoek een beschikking met voorwaarden op grond van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb is afgegeven?
2. Indien de toepassing van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb een keuze is, tot wanneer kan deze keuze dan worden gemaakt dan wel worden gewijzigd?

**Antwoorden**
1. Het toepassen van de faciliteit van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb is een keuze.
2. De keuze kan door de bij de afsplitsing betrokken vennootschappen worden gemaakt dan wel worden gewijzigd totdat de aanslag van de afsplitsende vennootschap of de aanslag van de verkrijgende vennootschap onherroepelijk is komen vast te staan. Het maakt daarbij niet uit of de keuze(wijziging) is van ruisende naar geruisloze afsplitsing of omgekeerd. Wel dienen de afsplitsende vennootschap en verkrijgende vennootschap een gezamenlijke en gelijkluidende keuze(wijziging) te maken.

**Beschouwing (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
1. Juridische splitsing – algemeen
De fiscale aspecten van een juridische splitsing zijn geregeld in artikel 14a Wet Vpb.

1.1 Artikel 14a, eerste lid, Wet Vpb
Voor de vennootschapsbelasting wordt de afsplitsende rechtspersoon geacht de afgesplitste vermogensbestanddelen te hebben vervreemd aan de verkrijgende rechtspersoon (artikel 14a, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb). De afsplitsende rechtspersoon zal moeten afrekenen over de meerwaarden die besloten liggen in de overgedragen vermogensbestanddelen, en over de daarmee samenhangende fiscale reserves, als geen mogelijkheid zou bestaan om de fiscale claim geheel of ten dele door te schuiven.

1.2 Artikel 14a, tweede lid, Wet Vpb
In artikel 14a, tweede lid, Wet Vpb is bepaald dat de afsplitsende rechtspersoon de als gevolg van het eerste lid behaalde winst niet in aanmerking hoeft te nemen, als aan de volgende drie vereisten wordt voldaan:
a. voor het bepalen van de winst bij de afsplitsende rechtspersoon en de verkrijgende rechtspersoon zijn dezelfde bepalingen van toepassing; en
b. bij de verkrijgende rechtspersoon bestaat geen aanspraak op voorwaartse verrekening van verliezen op de voet van artikel 20 Wet Vpb, op vermindering ter voorkoming van dubbele belasting ter zake van buitenlandse resultaten, op toepassing van de innovatiebox, op toepassing van de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten, op voortwenteling van een saldo aan renten op de voet van artikel 15b, op toepassing van de deelnemingsverrekening of op toepassing van de verrekening bij buitenlandse ondernemingswinsten; en
c. de latere heffing is verzekerd.

Als aan deze cumulatieve vereisten wordt voldaan en door het tweede lid de winst buiten aanmerking wordt gelaten, treedt de verkrijgende rechtspersoon in de plaats van de afsplitsende rechtspersoon met betrekking tot al hetgeen in het kader van de afsplitsing is verkregen.

1.3 Artikel 14a, derde lid, Wet Vpb
Als niet aan de vereisten van het tweede lid wordt voldaan, biedt het derde lid de mogelijkheid de winst buiten aanmerking te laten.
Artikel 14a, derde lid, Wet Vpb luidt als volgt:
“Ingeval niet is voldaan aan de in het tweede lid, eerste volzin, bedoelde vereisten, kan onze Minister, op een gezamenlijk voor de splitsing gedaan verzoek van de splitsende rechtspersoon en de verkrijgende rechtspersonen, onder door hem te stellen voorwaarden de inspecteur belast met de aanslagregeling van de splitsende rechtspersoon toestaan de winst behaald als gevolg van het eerste lid geheel of ten dele buiten aanmerking te laten. Daarbij treedt de verkrijgende rechtspersoon met betrekking tot al hetgeen in het kader van de splitsing is verkregen, voorzover daaraan geen voorwaarden zijn gesteld, in de plaats van de splitsende rechtspersoon. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking waarin de in de eerste volzin bedoelde voorwaarden zijn opgenomen.”

De afsplitsende rechtspersoon en de verkrijgende rechtspersoon moeten derhalve vóór de civielrechtelijke afsplitsing een gezamenlijk verzoek indienen bij de inspecteur. Als het verzoek wordt ingewilligd, worden hieraan voorwaarden verbonden. De inspecteur beslist op het verzoek bij een voor bezwaar vatbare beschikking. Ook in deze situatie treedt de verkrijgende rechtspersoon bij inwilliging van het verzoek met betrekking tot al hetgeen in het kader van de afsplitsing is verkregen in de plaats van de afsplitsende rechtspersoon, voor zover nadere voorwaarden hierop geen inbreuk maken.

Het doel van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb kan naar de mening van de kennisgroep gevonden worden in de doelstellingen van de reorganisatiefaciliteiten in het algemeen. De algemene doelstelling is veelal dat ondernemen niet moet worden belemmerd door belastingheffing bij reorganisaties zolang aan het ondernemen bedrijfseconomische overwegingen ten grondslag liggen. Verder is de doelstelling dat de belastingheffing niet in gevaar komt door middel van het verloren gaan van claims. Om aan deze doelstellingen tegemoet te komen heeft de wetgever reorganisatiefaciliteiten in het leven geroepen. De doelstellingen die in het algemeen ten grondslag liggen aan reorganisatiefaciliteiten komen ook tot uitdrukking in artikel 14a, derde lid, Wet Vpb, in verbinding met het zogeheten Besluit juridische afsplitsing (Besluit van 27 januari 2015, nr. BLKB 2015/33M, Stcrt. 2015, 3135, voor het laatst gewijzigd bij Besluit van 9 mei 2019, nr. 2019-3013, Stcrt. 2019, 34646) waarin de standaardvoorwaarden zijn opgenomen.

Middels de standaardvoorwaarden wordt namelijk geregeld dat facilitering op een voor zover-basis plaatsvindt, namelijk in gevallen waarin belastingheffing kan worden verzekerd vindt facilitering plaats en in gevallen waarin belastingheffing niet kan worden verzekerd vindt geen facilitering plaats.

Op grond van artikel 14a, vijfde lid, Wet Vpb mogen de in het derde lid bedoelde voorwaarden slechts strekken ter verzekering van de heffing en invordering van belasting welke verschuldigd zou zijn of zou worden indien de eerste volzin van het derde lid buiten toepassing zou blijven.

1.4 Besluit juridische afsplitsing
In het Besluit juridische afsplitsing is de volgende goedkeuring opgenomen voor te laat ingediende verzoeken om toepassing van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb.

9. Te laat ingediende verzoeken
9.1. Algemeen
Als het verzoek om toepassing van artikel 14a, derde lid, van de Wet Vpb na de afsplitsing is ingediend, kan de fiscale faciliteit niet meer op grond van deze bepaling worden verleend: er wordt immers niet voldaan aan het in artikel 14a, derde lid, van de Wet Vpb opgenomen vereiste dat het verzoek vóór de afsplitsing moet zijn ingediend.

9.2. Goedkeuring en voorwaarden
Voor de gevallen waarbij het verzoek om toepassing van artikel 14a, derde lid, van de Wet Vpb te laat is ingediend, heb ik goedkeurend beleid ontwikkeld op basis waarvan alsnog heffing achterwege kan blijven.
Dit goedkeurende beleid is slechts van toepassing als:
a) aan alle voorwaarden voor de toepassing van artikel 14a, derde lid, van de Wet Vpb wordt voldaan – met uitzondering van de voorwaarde dat het verzoek vóór de afsplitsing moet zijn gedaan; en
b) de afsplitsing bij de afsplitsende rechtspersoon of verkrijgende rechtspersoon niet heeft geleid tot een onherroepelijk vaststaande aanslag, bij de vaststelling waarvan een belaste afsplitsing in aanmerking is genomen.

Aan de goedkeuring worden voorwaarden verbonden die gelijk zijn aan de voorwaarden die worden gesteld bij de toepassing van artikel 14a, derde lid, van de Wet Vpb. Ook wordt in de goedkeuring de voorwaarde opgenomen dat de verkrijgende rechtspersoon in de plaats treedt van de afsplitsende rechtspersoon en is een aanvaardingsvoorwaarde opgenomen. Voor de volledigheid merk ik op dat de goedkeuring niet vatbaar is voor bezwaar en beroep.

9.3. Indiening verzoeken
Om in aanmerking te komen voor de goedkeuring moeten de afsplitsende rechtspersoon en de verkrijgende rechtspersoon gezamenlijk een verzoek doen. Het verzoek moet worden ingediend bij de inspecteur die belast is met de aanslagregeling vennootschapsbelasting van de afsplitsende rechtspersoon.

9.4. Toestemming aan de inspecteur
Als wordt voldaan aan de in paragraaf 9.2. onder a. en b. genoemde vereisten, verleen ik de inspecteur toestemming de in deze paragraaf bedoelde goedkeuring te verlenen conform bijlage 7 van dit besluit.

In het geval een verzoek om toepassing van artikel 14a, derde lid, van de Wet Vpb te laat is ingediend, neemt de inspecteur – voordat hij het verzoek afwijst – contact op met de indiener(s) van het verzoek en vraagt of de indiener gebruik wenst te maken van de in deze paragraaf getroffen goedkeurende regeling.

2. Juridische splitsing – ten aanzien van de vragen
De kennisgroep Fusies en fiscale eenheden heeft de kennisgroep Formeel recht twee vragen gesteld over de reikwijdte van de beschikking geruisloze afsplitsing.

2.1 Ten aanzien van vraag 1
De eerste vraag is of het toepassen van de faciliteit van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb een keuze of een verplichting is, indien op verzoek een beschikking met voorwaarden op grond van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb is afgegeven.
De kennisgroep is van oordeel dat sprake is van een keuze. Noch uit de wettekst, noch uit de parlementaire geschiedenis, noch uit het Besluit juridische afsplitsing is af te leiden dat een eenmaal afgegeven beschikking geruisloze afsplitsing ertoe dwingt dat een geruisloze afsplitsing in de aangifte vennootschapsbelasting verwerkt moet worden. De beschikking geruisloze afsplitsing lijkt vooral de rechtszekerheid van de belastingplichtige(n) te dienen en zekerheid vooraf te geven.

In de wettekst is slechts geregeld dat de inspecteur een geruisloze afsplitsing kan toestaan onder een bij voorwaarden te stellen beschikking. Naar de mening van de kennisgroep houdt dat niet in dat een belastingplichtige gebonden is aan die beschikking in de zin dat hij niet meer kan kiezen voor een ruisende afsplitsing in de aangifte vennootschapsbelasting.

2.2 Ten aanzien van vraag 2
Nu de toepassing van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb 1969 een keuze is, is de vervolgvraag tot wanneer de keuze gemaakt kan worden dan wel kan worden gewijzigd.
Als niets is geregeld over het maken van een keuze bij de aangifte, dan geldt in het algemeen dat een belastingplichtige een keuze kan maken totdat de aanslag onherroepelijk is vast komen te staan.

Biedt een verzoek om een ambtshalve vermindering soelaas?
Als de afsplitsing bij de afsplitsende rechtspersoon of verkrijgende rechtspersoon heeft geleid tot een onherroepelijk vaststaande aanslag, dan resteert de vraag of op grond van de beleidsregels inzake het ambtshalve verminderen later alsnog teruggekomen kan worden op de eerdere keuze omtrent de toepassing van artikel 14a, derde lid, Wet Vpb.
De kennisgroep beantwoordt deze vraag ontkennend.

[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEERD]
[GEANONIMISEER

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *