AI-samenvatting
Het memo van de Belastingdienst behandelt de informatieverplichtingen van zowel de schenker als derden met betrekking tot de schenkbelasting. Schenkbelasting wordt geheven van de verkrijger en is afhankelijk van de woonplaats van de schenker, die in Nederland moet zijn. De inspecteur kan, indien hij aanwijzingen heeft van een schenking, informatie over de woonplaats van de schenker opvragen bij derden en de schenker zelf. De schenker heeft een inlichtingenplicht over zijn woonplaats, maar deze verplichting is beperkt tot relevante omstandigheden. Indien de schenker geen aangifte heeft gedaan en niet is uitgenodigd om dit te doen, kan de inspecteur geen onderzoek naar de woonplaats van de schenker instellen. De memo verduidelijkt ook dat de informatieverplichtingen van artikel 47 AWR en artikel 76 SW van toepassing zijn op de schenker en derden in bepaalde situaties.
Kennisgroepstandpunt
Download kennisgroepstandpunt in origineel PDF-formaat
AI-samenvatting
Het memo van de Belastingdienst behandelt de informatieverplichtingen van zowel de schenker als derden met betrekking tot de schenkbelasting. Schenkbelasting wordt geheven van de verkrijger en is afhankelijk van de woonplaats van de schenker, die in Nederland moet zijn. De inspecteur kan, indien hij aanwijzingen heeft van een schenking, informatie over de woonplaats van de schenker opvragen bij derden en de schenker zelf. De schenker heeft een inlichtingenplicht over zijn woonplaats, maar deze verplichting is beperkt tot relevante omstandigheden. Indien de schenker geen aangifte heeft gedaan en niet is uitgenodigd om dit te doen, kan de inspecteur geen onderzoek naar de woonplaats van de schenker instellen. De memo verduidelijkt ook dat de informatieverplichtingen van artikel 47 AWR en artikel 76 SW van toepassing zijn op de schenker en derden in bepaalde situaties.
**Documenttitel: 1572295**
**Belastingdienst**
**MEMO**
**Onderwerp**
Informatieverplichtingen met betrekking tot de schenkbelasting
**Inleiding**
Hier staat de informatieplicht van een schenker en van een derde centraal. Schenkbelasting wordt geheven van de verkrijger en is afhankelijk van de woonplaats van de schenker. Op grond van artikel 1, lid 1, sub 2, Successiewet 1956 (hierna: SW) wordt namelijk alleen schenkbelasting geheven over een schenking die afkomstig is van een schenker die in Nederland woont. Daarbij geldt op grond van artikel 3 SW een woonplaatsfictie. Informatie over de woonplaats van de schenker kan soms alleen van een derde of de schenker worden verkregen. Hoewel schenkbelasting wordt geheven van de verkrijger, kan de aangifte schenkbelasting (ook) worden gedaan door de schenker.
**Vragen**
1. Indien de inspecteur informatie heeft dat een schenking heeft plaatsgevonden, kan hij dan vóór het versturen van een uitnodiging tot het doen van aangifte, op grond van artikel 53 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) een derdenonderzoek naar de woonplaats van de schenker instellen?
2. Indien de inspecteur informatie heeft dat een schenking heeft plaatsgevonden, kan hij dan op grond van artikel 47, lid 2, AWR een onderzoek naar de woonplaats van de schenker instellen bij de schenker?
3. Indien artikel 47, lid 2, AWR op de schenker van toepassing is, kan de inspecteur dan op grond van artikel 53 AWR een derdenonderzoek naar de woonplaats van de schenker instellen?
4. Indien de schenker geen aangifte heeft gedaan en niet is uitgenodigd om aangifte te doen, kan de inspecteur dan (toch) op grond van artikel 76 SW bij de schenker een onderzoek instellen naar de woonplaats van de schenker?
**Antwoorden**
1. Ja. Het is mogelijk om op grond van artikel 53 AWR gegevens en inlichtingen te vragen aan een administratieplichtige omdat de woonplaats van de schenker relevant kan zijn voor de belastingheffing van de verkrijger.
2. Ja. Het is verdedigbaar om te stellen dat de woonplaats van de schenker kan worden aangemerkt als aangelegenheid in de zin van artikel 47, lid 2, AWR zodat voor de schenker in zoverre gelijke verplichtingen gelden als voor degene die vermoedelijk belastingplichtig is.
3. Ja (zie antwoord op vraag 1).
4. Nee.
**Beschouwing (interne toelichting, maakt geen onderdeel uit van het antwoord)**
Naam dienstonderdeel: Kennisgroep Formeel Recht
Contactpersoon: M 5.1.2e
Datum: 21 mei 2021
Versienummer: 20-206-0036
—
**De wijze van heffing van schenkbelasting**
Schenkbelasting wordt geheven over de waarde van de verkrijging van de schenker die ten tijde van de schenking in Nederland woonde (artikel 1 SW) of wordt geacht te wonen (artikel 3 SW). Ingevolge artikel 36 SW wordt de schenkbelasting geheven van de verkrijger. De verkrijger kan daarvoor worden uitgenodigd tot het doen van aangifte (artikel 6 AWR). Daarnaast kan de inspecteur ook de schenker die de belastbare schenking heeft gedaan uitnodigen tot het doen van aangifte (artikel 40, lid 1, SW). Schenker en begiftigde kunnen ook gezamenlijk aangifte doen (artikel 40, lid 2, SW).
Artikel 29 SW bevat een regeling voor het geval onzekerheid bestaat omtrent de identiteit of de woonplaats van de schenker of de verkrijger of omtrent de graad van verwantschap tussen hen. Het artikel luidt als volgt:
“1. Indien onzekerheid bestaat omtrent de verwantschap of omtrent de persoon van de schenker of van de verkrijger, wordt de maximale belasting geheven, die verschuldigd zou kunnen zijn, behoudens vermindering van de aanslag, voor zover deze naderhand blijkt te hoog te zijn.
2. Bestaat de onzekerheid ten aanzien van de persoon van de schenker, dan wordt deze, behoudens tegenbewijs, geacht in Nederland te wonen.
3. Met betrekking tot aanslagen die onder toepassing van dit artikel zijn vastgesteld, geldt de schenker, zolang er onzekerheid bestaat over de persoon van de verkrijger, als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb.
4. De bepalingen van dit artikel zijn mede toepasselijk, indien de naam of de woonplaats van de schenker of van de begiftigde desgevraagd niet wordt genoemd.”
**Informatieverplichtingen**
Volgens artikel 47, lid 1, AWR moet de belastingplichtige op verzoek van de inspecteur alle gegevens en inlichtingen verstrekken die van belang kunnen zijn voor zijn belastingheffing en tevens boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan beschikbaar te stellen, als de raadpleging daarvan van belang kan zijn voor zijn belastingheffing. In artikel 76 SW is een uitbreiding op de algemene informatieverplichtingen van artikel 47 AWR opgenomen. Op grond van artikel 76 SW is degene die een aangifte heeft ingediend of moet indienen uitsluitend of mede ten behoeve van de heffing van belasting van een ander verplicht tot het verstrekken van gegevens, inlichtingen en inzage op dezelfde wijze en onder dezelfde bepalingen alsof die belasting te zijnen aanzien was of zou moeten worden geheven. Artikel 76 SW ziet op de gevallen die zijn genoemd in art. 38, 39, 40 en 72 SW. Volgens artikel 53, lid 1, onderdeel a, AWR is de informatieverplichting van artikel 47 AWR van overeenkomstige toepassing op administratieplichtigen indien dat voor de belastingheffing van derden van belang kan zijn.
**Toelichting vragen 1 en 3**
De woonplaats van de schenker in Nederland is een voorwaarde om te komen tot een belastbaar feit voor de SW. Daarmee is de woonplaats van de schenker een omstandigheid die relevant kan zijn voor de belastingheffing van de verkrijger. Zie in dit verband ook artikel 29, lid 2, SW: Indien onzekerheid bestaat ten aanzien van de persoon van de schenker, dan wordt deze, behoudens tegenbewijs, geacht in Nederland te wonen.
Indien aanwijzingen bestaan dat een schenking heeft plaatsgevonden is de verkrijger (in beginsel) gehouden om ingevolge artikel 47 AWR gegevens en inlichtingen te verstrekken over de woonplaats van de schenker. Voor het bestaan van die verplichting is immers voldoende dat de inspecteur zich op basis van de hem ter beschikking staande informatie in redelijkheid op het standpunt kan stellen dat de gevraagde gegevens en inlichtingen van belang zouden kunnen zijn voor de belastingheffing (vergelijk HR 18 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7498, BNB 2003/268 en HR 18 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3603, BNB 2016/48). Hieruit vloeit dan voort dat administratieplichtigen in de zin van artikel 53 AWR (eveneens) gehouden zijn om inlichtingen en gegevens te verschaffen over de woonplaats van de schenker. Aan deze verplichting doet niet af dat de betreffende gegevens en inlichtingen zien op de mogelijke belastingheffing van de verkrijger, zijnde de derde in de zin van artikel 53 AWR (en niet de belastingheffing betreft van degene om wiens woonplaats het gaat).
**Toelichting vraag 2**
Ingeval de belastingwet aangelegenheden van een derde aanmerkt als aangelegenheden van degene die vermoedelijk belastingplichtig is, gelden, voor zover het deze aangelegenheden betreft, gelijke verplichtingen voor de derde (artikel 47, lid 2, AWR). De verkrijger is de vermoedelijk belastingplichtige. De woonplaats van de schenker is relevant voor de belastingheffing van de verkrijger. Dit volgt uit de SW, een belastingwet. Het is volgens de kennisgroep verdedigbaar om de woonplaats van de schenker aan te merken als een aangelegenheid in de zin van artikel 47, lid 2, AWR. In zoverre rust op de schenker dan ook een inlichtingenplicht. Deze inlichtingenplicht is begrensd tot omstandigheden die de woonplaats betreffen.
In dit kader wordt nog opgemerkt dat de Hoge Raad in zijn arrest van 24 juli 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA1644, BNB 1995/312, mede het volgende heeft overwogen:
"3.6 (…) De werknemers zijn tot die gegevensverstrekking jegens de werkgever gehouden nu zulks naar de eisen van redelijkheid en billijkheid uit de dienstbetrekking en de daarmee samenhangende verplichting van de werkgever tot inhouding van loonbelasting voortvloeit.”
In het kader van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 47, lid 1 en lid 2, AWR zou parallel aan dit arrest als volgt kunnen worden geredeneerd: de schenker is gehouden tot gegevensverstrekking aangaande zijn woonplaats jegens inspecteur of verkrijger, nu dit naar de eisen van redelijkheid en billijkheid uit de rechtshandeling tussen schenker en verkrijger en de verplichtingen die daaraan voor de verkrijger kunnen zijn verbonden, voortvloeit. Dat een dergelijke “informatieplicht” voortvloeit uit de relatie tussen schenker en verkrijger wordt ondersteund door het bepaalde in artikel 46 van de Invorderingswet 1990. Daarin is bepaald dat de schenker hoofdelijk aansprakelijk is voor de schenkbelasting verschuldigd door de begiftigde. Het lijkt er echter wel op dat deze plicht van de schenker vooral (of eerder) geplaatst moet worden in het kader van de inspanningsverplichting die op de verkrijger komt te rusten indien van de verkrijger gegevens en inlichtingen worden gevraagd ingevolge artikel 47, lid 1, AWR. Het niet verstrekken van gegevens en inlichtingen door de schenker zal bestuursrechtelijk immers weinig tot geen gevolgen hebben. Indien de schenker artikel 47, lid 2, AWR niet nakomt, zou een informatiebeschikking vastgesteld kunnen worden. Het lijkt echter ondenkbaar dat een dergelijke (onherroepelijke) beschikking gevolgen kan hebben voor de bewijslast van de verkrijger nu deze beschikking de verplichtingen van een ander betreft. Zo heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 5 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:179, BNB 2021/70 geoordeeld dat de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast zich naar haar strekking in beginsel niet leent voor toepassing jegens personen die geen verwijt kan worden gemaakt ter zake van een verzuim aangaande de in de artikelen 25, lid 3, en 27e, lid 1, AWR bedoelde medewerking.
**Toelichting vraag 4**
Als er geen aangifte schenkbelasting is gedaan door de schenker en de schenker hiertoe ook niet is uitgenodigd, kan artikel 76 SW niet worden toegepast ook al is artikel 76 SW een uitbreiding van de informatieverplichting van artikel 47 AWR. Op grond van artikel 47, lid 1, AWR is de verplichting tot het verstrekken van inlichtingen beperkt tot inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de heffing ten aanzien van diegene op wie de verplichting rust. Aangezien in de Successiewet niet altijd de verkrijger zelf aangifte doet, is de inlichtingenplicht in artikel 76 SW uitgebreid. Artikel 76 SW bewerkstelligt zodoende dat artikel 47, lid 1, AWR geldt voor de schenker, de executeur en de vereffenaar, hoewel die niet belastingplichtig zijn. Tot de kring van mensen op wie de informatieverplichting rust, behoort de erfgenaam die in zijn aangifte tevens aangifte moet doen van de gegevens die van belang kunnen zijn voor de heffing van erfbelasting van andere verkrijgers, zijnde niet erfgenamen (artikel 38 SW). Ook de schenker die is uitgenodigd tot het doen van aangifte behoort tot deze kring (artikel 40 SW). Daarnaast zijn ook de executeur en de vereffenaar gehouden tot het doen van aangifte, derhalve tot het verstrekken van informatie (artikel 72 SW). In dit verband kan ook gewezen worden op het eerdere standpunt van de kennisgroep met nummer 17-206-0006 over de reikwijdte van artikel 76 SW.
Geef een reactie